Aan God alleen de eer. Als je heel kort moet zeggen wat gereformeerd is, dan is dit het motief om dat te willen zijn.

Gereformeerd zijn verwijst naar de Reformatie van de 16e eeuw. Daarmee wilde de Reformatie niet iets nieuws beginnen, maar terug naar de Bijbel.

We spreken wel van de 5 sola’s van de Reformatie:
Soli Deo gloria: we willen Gods naam en werk eren. God heeft de wereld en de mens goed geschapen. Onze eerste voorouders Adam en Eva kwamen in opstand (de zondeval). De schuld en de smet van de zonde rust op heel hun nageslacht: wij zijn zondig en schuldig en horen de straf te dragen. Maar God heeft gewerkt aan verlossing.
Solus Christus: God heeft Zijn Zoon, de Heer Jezus Christus, gegeven. Hij werd mens om ons te redden. Redding kan ook alleen maar van Hem komen. Omdat Hij Gods zoon is, is Hij tegelijk goddelijk en menselijk. Wij kunnen onszelf niet van onze zonde en schuld bevrijden; wij kunnen de straf van Gods toorn op onze zonde niet dragen: Christus wel en Hij heeft dat gedaan aan het kruis op Golgotha.
Sola gratia: het is alleen door genade dat dit aan ons wordt toegerekend.
Sola fide: wij kunnen die genade alleen krijgen door het geloof. Het geloof is het middel waardoor wij het ons toeëigenen; het geloof dat de Heilige Geest in ons wil werken en versterken.
Sola scriptura: de Heilige Geest doet dat door ons Gods Woord, de heilige Schrift, te laten horen en te verkondigen (in de kerk, onderwijs aan kinderen in gezinnen, persoonlijk en gezamenlijk bijbellezen). We weten alles over onze verlossing alleen uit de Schrift. Daarin heeft God het ons geopenbaard. De auteurs van de bijbelboeken zijn bij hun schrijfwerk geïnspireerd door de Heilige Geest, de ene Auteur van de Bijbel. Daarin vinden we alles wat nodig is voor ons behoud en de vernieuwing van onze levens. Het is alleen de Schrift die norm is voor de inhoud van het geloof en voor de beleving van het geloof; niet de kerk of de traditie of hooggeleerde personen. Gereformeerd zijn is God geloven op Zijn woord.

Met gereformeerd zijn willen gereformeerden aangeven dat ze altijd terug willen naar de bron: Gods Woord zelf. Dat is een eeuwenoude traditie: aansluiten bij en voortbouwen op het fundament van profeten, het onderwijs van de Heer Jezus Christus en de apostelen en daarmee bij de kerk zoals die door het zendingswerk van de apostelen is ontstaan.

In de Bijbel zelf al vinden we verwoordingen van het belijden van de geloofsinhoud. De christelijke kerk heeft daarop voortgebouwd om in zending en in onderwijs aan kinderen van de kerk duidelijk te maken wát ze gelooft. Zo zijn belijdenissen ontstaan. Die zijn uitgebreid toen de kerk (al vroeg) voor de taak kwam te staan het geloof ook te verdedigen tegen aanvallers en tegen dwaalleer. Gereformeerden sinds de 16e en 17e eeuw hebben hun geloof (de gereformeerde leer) beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels (de drie formulieren van eenheid. Daarin grijpen zij, ook officieel, terug op de oude oecumenische belijdenisgeschriften: de apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius. Met gereformeerd zijn willen gereformeerden niet een sector van de christelijke kerk zijn, maar ze beogen het katholieke geloof te belijden en door te geven. Belijden is een bijbelse taak. We worden geroepen uit te komen voor het geloof, om zo de naam van God en Christus te eren. Het hebben van een gezamenlijke belijdenis is ook een onderling bindmiddel binnen kerken en tussen kerken.

De Bijbel zelf roept de christelijke gemeente op om te blijven bij het geloof dat is overgeleverd, bij de gezonde leer. Daaarom en omdat het hiermee om ons eeuwig behoud gaat, willen gereformeerde kerken deze leer beschermen. De Gereformeerde kerken in Nederland vanaf de 16e eeuw gingen over tot het gebruik van ondertekeningsformulieren voor kerkelijke ambtsdragers, zoals predikanten en ouderlingen. Daarin beloven ze de leer met toewijding te zullen onderwijzen en niets te leren wat er van afwijkt. Zo wordt de gemeente gevoed door de verkondiging van Gods woord en daarbij bewaard.

Over gereformeerd zijn is uiteraard veel meer te zeggen. Wie ervan overtuigd is dat gereformeerd zijn katholiek geloven is, zal dat ook willen blijven in onze tijd. In elke tijd geldt dat we bij de trouw aan God vandaan kunnen dwalen door onze eigen zondige aard. Zoals elke tijd heeft onze tijd zijn eigen uitdagingen. Wij hebben te maken met een postmoderne cultuur met een grote invloed. Dat brengt één van de belangrijkste uitdagingen met zich mee. Want eigen aan gereformeerd zijn is dat we hiervan willen blijven uitgaan dat God het voor het zeggen heeft over alle dingen van het leven; dat we blijven uitgaan van Zijn woord dat volledig betrouwbaar is. Er is maar één waarheid over onze levenswerkelijkheid. Het postmodernisme ontkent dit en haar invloed bewerkstelligt dat ieder ‘zijn eigen waarheid’ heeft en dat ieders beleving daardoor wordt bepaald (en omgekeerd). Een andere uitdaging die van alle tijden is, is dat de cultuur waarin we leven – vaak onbewust – van invloed op ons is. In vroegere eeuwen werd de cultuur in Nederland verhoudingsgewijs meer beïnvloed door het bijbels christendom. Dat is in de loop van de 20e eeuw minder geworden en dat heeft zich voortgezet in onze eeuw. In samenhang met het postmodernisme leidt dit ertoe dat gezag van buiten niet wordt geaccepteerd, zeker geen absoluut gezag van de almachtige God die de schepper van hemel en aarde is. Het leidt ertoe dat velen hun eigen gang gaan in plaats van hun gang te laten bepalen door wat God in Zijn woord aangeeft. Het leidt tot een verzwakking in trouw in kerkgang en tot het meegaan met de cultuur. Omvangrijke delen van kerken, ook van gereformeerde kerken, worden daardoor in geloofskracht aangetast en verzwakt. En dat tot in kerkelijke besluiten toe. Maar daarmee wordt precies de verkeerde keus gemaakt; de keus moet altijd weer zijn: trouw aan God en terug naar Zijn Woord. Want het gaat niet om ons, maar alleen aan Hem komt alle eer toe, door elke dag te leven in geloof aan Gods beloften in Christus, uit genade te leven, ons aan Zijn woord te houden, totdat Christus terugkomt. Gereformeerden weten dat mensen dit niet uit zichzelf kunnen en dat ze de dagelijkse leiding van de Heilige Geest nodig hebben, om zo afhankelijk van God te leven. Wie zich zo opstelt mag, op grond van Gods belofte, rekenen op de werking van Zijn Geest. Deze rijkdom wilt u toch niet verruilen door de wereldse cultuur die uiteindelijk niets te bieden heeft, behalve onze ondergang?