Christenen die, ook in de wetenschap, recht willen doen aan de manier waarop de Bijbel zichzelf presenteert hebben geen moeite met de aanvaarding van micro-evolutie, maar wel met macro-evolutie. Voor aanvaarding van macro-evolutie is vereist dat wordt gedacht vanuit toeval, geleidelijke overgangen van de ene naar de andere soort en enorme hoeveelheden tijd. Onder micro-evolutie wordt verstaan een aanpassing binnen soorten (dus niet van de ene naar de andere soort, zoals van een vogel naar een dinosauriër).
Een schepping door God van afzonderlijke planten- en diersoorten en van de mens past niet bij zo’n macro-evolutie. Evolutionisme is de verabsolutering van evolutie door uit te gaan van toeval, geleidelijke overgang en tijd. Een keus voor zo’n verabsolutering wordt gemaakt vanuit een geloofsvooroordeel: het niet aanvaarden van wat God openbaart in de Bijbel over het wat en hoe van de schepping.

Het dilemma schepping of evolutionisme is iets anders dan een verondersteld dilemma van geloof en wetenschap. Vaak wordt tussen geloof en wetenschap een dilemma verondersteld, juist vanwege vragen rond de oorsprong van alle vormen van leven. De gedachte is dan (vaak verzwegen) dat ‘de wetenschap’ feiten aan het licht brengt. Maar daarbij wordt een aantal zaken nogal eens buiten beeld gelaten:
-De wetenschap bestaat niet; wetenschappers zijn op wetenschappelijke manier bezig.
-Veel wetenschappers doen het voorkomen alsof de beoefening van wetenschap neutraal kan zijn. Maar buiten beeld blijft dat er altijd een geloofsvooroordeel is. Zo ook het geloofsvooroordeel dat je God buiten beschouwing zou moeten laten. Hoe kan dat voor de gelovige die belijdt dat God de zwaartekacht heeft geschapen?
-Wat als feit wordt gepresenteerd is nogal eens de uitkomst van een wetenschappelijke hypothese. Maar wat als later blijkt dat de hypothese niet klopt of vervangen wordt door hypothese waar (veel  wetenschappers) een grotere voorkeur voor hebben.
-Wetenschappelijke hypothesen zijn onderhevig aan trends; ze blijken nogal eens achterhaald.
Wie zijn vertrouwen op Gods openbaring (de Bijbel) wil laten afhangen van ‘de wetenschap’ vertrouwt op afgoden. Christenen kunnen beter de betrekkelijkheid van wetenschap erkennen en zich voor heel hun leven (dat breder is dan wetenschappelijk bezig zijn) vertrouwen op wat God heeft gezegd.

In verband met evolutionisme wordt vaak gesproken over ‘intelligent ontwerp’ en over ‘theïstisch evolutionisme’. Voor een goed begrip, ook van de bijdragen op deze website, leggen we ze hier uit:

Intelligent ontwerp
De werkelijkheid laat zien dat toeval niet aan de orde is; er zit een ontwerp achter van een ontwerper. Diverse aanhangers van intelligent ontwerp houden er rekening mee dat die ontwerper God is; anderen laten dat open. Het uitgaan van het werk van God als ontwerper betekent overigens (nog) niet dat deze aanhangers de Bijbelse openbaring als uitgangspunt nemen. Zij kunnen ook theïstisch evolutionist zijn.

Theïstisch evolutionisme
Theïstisch evolutionisten geloven dat God via evolutie heeft geschapen (of ook wel: het leven heeft laten worden). Die schepping of wording heeft dan ook betrekking op macro-evolutie. Het probleem hiervan is dat het niet past bij de Bijbel. Vaak zegt men dat de Bijbel wel zegt dát God geschapen heeft, maar niet hoe. Nu zegt de Bijbel niet veel over het hoe, maar wel iets (en niet alleen in Genesis  1 en 2). Het punt is dan of men de Bijbeltekst aanvaardt op de wijze waarop deze zichzelf aandient of dat men redeneringen gaat aanvoeren waarom de tekst niet genomen moet worden zoals deze zich aandient.

Creationisme
Een woord dat voor misverstand vatbaar is omdat het in twee betekenissen wordt gebruikt.  In beide betekenissen wordt uitgegaan van de schepping van hemel en aarde door God, met verwerping van het evolutionisme . In de eerste betekenis wordt het woord gebruikt om aan te geven dat men in christelijke wetenschapsbeoefening in alles recht moet  doen aan wat God in Zijn Woord openbaart; recht wil doen in die zin dat God in de Bijbel ook spreekt over dingen van de natuur en de geschiedenis en daarmee ware dingen spreekt. Niet op (natuur)wetenschappelijke manier, maar wel werkelijk en waar. Op een hogere en meer omvattende manier dan de in zichzelf beperkte (natuur)wetenschappelijke manier. In de tweede betekenis wordt het woord ook wel gebruikt om een manier van wetenschappelijk bezig zijn aan te duiden waarin creationisme als het alternatief voor evolutionisme wordt gebruikt. In deze betekenis van het woord is tegelijk de zwakte en de valkuil gegeven: je zou kunnen zeggen dat elk ‘isme’ op een bepaalde manier een verabsoluering is van iets. In dit geval laten de aanhangers van beide benaderingen de betekenis van wetenschap overheersen. Te weinig wordt onderkend dat beoefenaars van wetenschappen abstraheren van de werkelijkheid. De werkelijkheid zelf is groter en meer omvattend. Door die overschatting gaan wetenschappelijke theorieën en de gevolgtrekkingen daaruit een eigen leven leiden. Dan ontstaat er spanning ten opzichte van de werkelijkheid. De kunst van  christelijke wetenschapsbeoefening is weg te blijven uit die overschatting en de werkelijkheid zoals die door God geschapen is en in stand wordt gehouden, rekening houdend met de zonde in de wereld, te onderzoeken.


Leeswijzer schepping of evolutionisme?

Bewijst het vitamine C-pseudogen gemeenschappelijke afstamming? Rafael Benjamin

R. Benjamin’s kritische analyse van G. van den Brinks boek ‘En de aarde bracht voort’ (hoofdstuk 6)

Stammen we wel van Adam en Eva af? – Ds. J. R. Visser

Geschapen en zal scheppen een lastige waarheid? – Ds J. R. Visser