Over ons omgaan met de Bijbel


Dit artikel is overgenomen van de website www. bijbelstudiesNT.nl (afdeling Kroongetuigen van het evangelie/Bijlagen), met toestemming van de auteur, Prof. Dr. J. van Bruggen.


1. Het karakter van de Schriften: lezen in de gemeenschap van de heiligen

 

Woorden van wie voorop gaan

Wie de Bijbel opent, krijgt gezelschap. Dat lijkt niet zo op het eerste gezicht. Het lijkt alsof je juist heel alleen bent met jezelf wanneer je bladert in het grote boek. Sluit je je als lezer niet af van anderen om op te gaan in dat boek?

En toch: wanneer je dit doet, zul je opeens worden opgenomen in een lange rij van mensen. Een lange rij die voor je uitgaat. Een rij van profeten en apostelen, heiligen en zondaren, mannen en vrouwen. Ze gingen je voor en velen van hen wachten nu op je in de hemel. Zelf vorm je als bijbellezer in de 21ste eeuw de achterhoede. Je loopt achterin in die lange rij die al voor je is uitgegaan. En al lezende kom je in goed gezelschap.

Door de Bijbel te openen leggen wij immers contact met hen die ons voorgingen. In de voorste gelederen trok Abraham met Sara en Isak: zij reisden in geloof. En daarachter ging Mozes ons voor als de grote zegsman van de Allerhoogste. Dan komt David die een koning werd naar Gods hart. En de dan volgende lange rij bestaat uit profeten, die ons steeds weer het woord van Mozes’ God op het hart bonden. De grootste van die profeten is Johannes de Doper: onthoofd en verheerlijkt. Toen verscheen Gods eigen Zoon, genezend, reddend en richtend. Voor ons uit ging Hij de hemel binnen totdat Hij terugkomt. Zijn apostelen en profeten kwamen naar ons toe op hun weg naar de volken en naar het nieuw Jeruzalem. En al deze getuigen, van de aartsvaders tot de apostelen, zijn vandaag zo levend als u en ik!

Het is een groot wonder dat de stemmen van al deze mensen en ook van Gods mensgeworden zoon niet zijn verwaaid in de tijd. God zorgde dat hun woorden en werken werden opgeschreven. En die draad van de letters en de stemmen verbindt ons met hen daarboven, eens beneden. Wij openen de Bijbel en zoeken contact met hen via dit zendstation. Wie de Bijbel opent, moet omhoog kijken. Dan weet je je opeens in goed gezelschap.

 

Bijbel-lezen brengt in contact met voorgangers

De Bijbel die we openen lijkt maar één boek. Wel dik, maar door het dundrukpapier heb je toch aan één hand genoeg om dat boek vast te pakken. En wat heb je dan in die éne hand? Geen boek, maar een hele bibliotheek! De Bijbel is een bundeling van al de geschriften die door onze voorgangers geschreven zijn of die over hen handelen. Die bundel heet vandaag ‘Bijbel’. Dat is tegenwoordig een enkelvoudig woord dat ook een meervoud kent: bijbel en bijbels, boek en boeken. Maar van huis uit was het een meervoudig woord. U leest dat op de voorpagina van de Statenvertaling: “Biblia: dat is al de canonieke boeken van het Oude en het Nieuwe Testament”. En onze geloofsbelijdenis gebruikt in de artikelen 2-7 zelfs nooit het enkelvoudige woord ‘Bijbel’, maar ze spreekt over een meervoud van geschriften (“Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek” art. 5).

Bijbel-lezen is daarom niet hetzelfde als ‘een boek lezen’. Bijbellezers hebben een bibliotheek in handen. Zij moeten het éne boek leren onderscheiden van het andere, de poëzie van de profetie, de geschiedenis van de brief. Dat vraagt meervoudig lezen van diverse Geschriften. Dat vergt het maken van onderscheid en het ontdekken van samenhang. Omgaan met de Schriften maakt je ervan bewust hoe gevarieerd de bonte stoet is van mensen die ons voorgingen en waarvan woorden en daden ons zijn nagelaten.

Vaak vergeten christenen dit bijzondere van de bibliotheek Bijbel. Dan wordt ‘de Bijbel’ gelezen als was het een eenvormig document (een codex) met gelijkwaardige uitspraken en zinnetjes. Dan gaan we regels lezen, stukje bij beetje. Alsof de Bijbel een cake is waarvan alle plakjes die je ervan afsnijdt gelijk zijn. Alsof het genoeg is om ‘de radio aan te zetten’ terwijl je juist nadat de radio is aangezet moet afstemmen op de afzonderlijke stations met elk hun eigen karakter en programma.

 

Lezen in een bibliotheek

Voor bibliotheek-lezen is het heel erg nodig om te erkennen dat de verschillende boeken diverse tijden, auteurs en omstandigheden hebben (de situationele context). Historisch lezen is ook altijd aandacht hebben voor de ‘tijd vanwaar’ een boodschap, een spreuk, een profetie, een bundel komt. Zoek in het boek dat bijbel heet de bibliotheek en vind in die bibliotheek het gezelschap van vele heiligen die voor ons uit zijn gegaan!

Iedere Bijbellezer weet dit ergens ook wel. Het is te voor de hand liggend om het niet te beseffen. Maar in de praktijk van het Bijbelgebruik vergeten we dit nog wel eens. Hier ligt dan ook de voornaamste help-functie van de exegetische wetenschap voor de medechristenen bij hun Bijbellezen. Bijbeluitlegging en preek moeten de christenen terugleiden in de historische ruimte van ‘daar en toen’ waar de stemmen klonken en de daden Gods zich voltrokken. En als christenen moeten we ook gediend zijn van zulke hulp en die niet vlug voorbijlopen omdat ‘we het zelf wel even kunnen opzoeken in ons bijbeltje’.

Wanneer je het boek opent, kijk dan eerst even terug voordat je gaat lezen. Onze hoogste apostel Petrus zegt: “Denk aan de woorden die door de heilige profeten tevoren gesproken zijn, en aan het gebod van uw apostelen van de Here en Heiland’’ (2 Petrus 3: 2). In katholieke kerken zien we langs de muur of in de ronding van een koepel daarboven vaak een ring van hemelse getuigen. Die beelden herinneren ons eraan dat wij “veen grote wolk van getuigen rondom ons hebben’’ (Hebreeën 12: 1). We hebben niet een dood boek, maar we staan in verbinding met een wolk van getuigen door wie God in de voorbije tijden op allerlei wijzen en manieren tot ons sprak (Hebreeën 1: 1). We komen in goed gezelschap wanneer we gaan Bijbellezen!

 

Bijbel-lezen neemt ons op in een lange geschiedenis

De stoet die voor ons uitging was lang. De looptijd van de Bijbel is anderhalf millennium! Via de verzameling heilige geschriften in deze bibliotheek word je zélf ook opgenomen in een lange geschiedenis. De boeken zijn de jalouzieën waardoorheen je kijkt naar een bonte en kleurige veelheid van gebeuren. Deze geschiedenis heeft beweging, lengte en verandering.

Adam is eerst geschapen, daarna Eva. Eva zondigde als eerste. Maar Adam verzuimde haar te corrigeren. Toch is het later juist een vrouw die als enige Jezus zalfde als voorbereiding op zijn begrafenis. Er valt veel te zien en te beleven: de weg is langer dan Adam of Eva of David! En er zijn ook bochten in de weg en toppen.

Zo laat de evangelist Matteüs zich gezeggen door een engelenwoord tot zijn oudere tijdgenoot Jozef uit Nazaret. Een woord dat in Jozefs’ oren klonk toen zijn ondertrouwde vrouw Maria zwanger was van de Heilige Geest. Een engelenwoord dat zelf op zijn beurt ook weer teruggreep op Jesaja, eeuwen eerder: Jezus is de Immanuël, noem Hem zo op aarde! Nadenkend over die vroegere beloften heeft deze evangelist zijn boek over zijn Heiland geschreven voor Joden en Grieken.

Saulus de vervolger leerde na zijn roeping opnieuw en onbevangen nadenken over het Oude Testament. Hij gaat ons nu voor en leert ons het Oude Testament te lezen vanaf de belofte aan Abraham naar de wet die er tussenkomt bij Mozes naar het evangelie van de Geest van Christus aan het einde van de tijden en dan naar de openbaarwording van de kinderen van God bij het einde van deze wereld.

In het einde van de tijden, zo beseft Paulus, is een eeuwenlang verzwegen mysterie geopenbaard: de menswording van Gods zoon. De geschiedenis in de Bijbel is een oplopende lijn, ondanks alle inzinkingen. Deze geschiedenis leidt door bergen en dalen naar een ongekende climax. Zelfs de schriftgeleerde Paulus kan het amper bevatten.

Bij ons lezen moeten we het ‘eerder’ en ‘later’ (het ‘verdwijnende’ en het ‘blijvende’) in rekening brengen en leren begrijpen. En ook het toekomstige!

 

Gods éne geschiedenis maakt van de Schriften een eenheid

Het ‘latere’ in de Bijbel is niet een vervanging van het eerdere, zodat dit eerdere alle betekenis verliest en weggegooid kan worden. De Bijbel is geen drietrapsraket: het evangelie komt niet in de plaats van Mozes, maar vervult wel wat nog openstond in die wet. Zo groeit de Bijbel aan omdat de geschiedenis groeit naar de voltooiing.

Deze diepere eenheid van zoveel geschriften is uniek. Dit kan alleen omdat de diverse stadia van de geschiedenis passen in één plan van één eeuwige God. Op aarde hangt je jeugdverhaal ook al samen met de toespraak die je vader houdt op je trouwdag. De familie-albums met foto’s worden bewaard vanaf de babyfoto’s tot en met de trouwfoto’s: ze liggen, ondanks alle stadia daartussen, toch in elkaars verlengde. Zo is God niet bezig af te breken voor nieuwbouw, maar Hij werkt aan een vervulling en verheerlijking (glorificatie) van de geschiedenis, waarbij alle vorige onderdelen, al zijn ze geringer, hun betekenis en plaats krijgen. Alles uitlopend op de tijd van het Lam en op de tijd waarin God alles zal zijn in allen, omringd door heiligen, profeten, martelaars en martelaressen, serafijnen en cherubijnen.

De Schriften geven ons zicht op God de Almachtige in zijn handelen met ons door de eeuwen heen: de brief aan de Hebreeën is er bijna helemaal aan gewijd. In artikel 25 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) belijden we dat de schaduwachtige eredienst van het oude verbond heeft afgedaan met de komst van Christus. Maar daarmee is het Oude Testament niet onbelangrijk geworden. We maken, zoals dit artikel zegt, “nog gebruik van de getuigenissen uit de Wet en de Profeten om ons in het Evangelie te bevestigen, en ook om overeenkomstig Gods wil ons leven in alle eerbaarheid in te richten tot zijn eer”. Het Oude Testament vertelt ons niet precies hoe wij ons leven moeten inrichten in de 21ste eeuw, maar het helpt ons geweldig bij onze opdracht om zelfstandig ons leven in te richten tot zijn eer! Aartsvaders en profeten vormen samen met apostelen en evangelisten het goede gezelschap dat zich schaart rond het Lam en waarbij wij ons voegen wanneer we de Bijbel openen.

 

Lezen wordt zingen

Deze boeken van de Bijbel leven bij de gratie van Gods voortgaande werk in deze wereld! Daarom past ons eerbied bij het bijbellezen. We treden de wereldzaal binnen waarin inmiddels vele heiligen zijn verzameld. We horen hun stemmen, hun liederen. Het boek tilt ons op: we laten het papier achter ons en komen in verrassend gezelschap. Ons lezen wordt langzaam maar zeker: meezingen met die velen die ons voorgingen. Een cantorij die volgt.

De heiligen ons voorgegaan,
hebben hier niets verworven,
maar zijn aan ’t einde van hun baan
als vreemdeling gestorven.
Maar zij geloofden dat Gods hand
die hen tot daar geleid had
in ’t beter hemels vaderland
een stad voor hen bereid had.

Geprezen zij zijn Naam!
Hij deed hen veilig gaan!
Komt zingen wij tesaam
met alle heiligen!

Zij trokken uit als Abraham,
door God de Heer geroepen
zonder te weten waar hij kwam
om ’t land van God te zoeken.
Zij zijn gestorven in zijn naam
en hebben niets geweten
dan dat Hij had gezegd: Ik schaam
Mij niet uw God te heten.

Geprezen zij zijn Naam!
Hij deed hen veilig gaan!
Komt zingen wij tesaam
met alle heiligen!

Die van de aarde vrijgekocht
nu rusten van hun werken,
zij spreken en getuigen nog
om ons geloof te sterken,
dat wij omgeven door de wolk,
de weg ten einde lopen,
één met het heilig trekkend volk
in liefde en in hope.

Geprezen zij zijn Naam!
Hij deed hen veilig gaan!
Komt zingen wij tesaam
met alle heiligen!

(Liedboek voor de kerken [1973] Lied 103)

**

 

2. Valkuilen bij Bijbelgebruik: lezen in een omstreden boek

 

Omringd door slecht gezelschap

– Moderniteit …
– Geloofskritiek …
VOLHARDING!

Bijbellezen brengt ons in goed gezelschap. Het gezelschap van getuigen en martelaressen. Maar bij het openen van de Bijbel bevinden we ons hier op aarde ook nog steeds in slecht gezelschap. We leven in de moderniteit. Sinds de tijd van de ‘Verlichting’ is het uitzichtvenster van de bijbel afgeplakt. Eerst maakte men zich in West-Europa een gesneden beeld van een God die alles wel schiep maar zich er verder niet mee bemoeit (het deïsme). Toen groeiden de wetenschappen die zich nadrukkelijk beperken tot het waarneembare. Vervolgens werd het probleem, dat deze wetenschappen met beperkt zicht door velen gebruikt gingen worden om rechters te zijn over de Bijbel. Zo promoveerde men die moderne wetenschappen tot gidsen bij het lezen. Maar hoe kunnen wetenschappen die zich niet bezighouden met de onzichtbare dingen nu maatstaf worden voor een bijbel die vol openbaring is over de ónzichtbare dingen? Hoe kunnen mensen met opzettelijk geblindeerd zicht nu oordelen over een bijbel die juist op het onzichtbare gericht is!

Hier is de bron voor veel geloofskritiek. De stroom vanuit de hemel werd afgesneden. Wat overbleef waren menselijke documenten met mooie illusies: de menselijke geloofsvoorstellingen. Deze stelling wordt dan versterkt met de oude, heidense, kritiek op tegenstrijdigheden in de Bijbel.

Veel bijbellezers zullen zich deze Schriftkritiek niet erg bewust zijn. Ze zijn bereid om de Bijbel onbevangen te lezen. Maar wij allemaal leven in de moderniteit. Wij allemaal hebben een verminderd besef van de onzichtbare wereld. Wij allemaal leven teveel in het hier en nu. Het is de lucht die we inademen. Wie herinnert ons nog aan de onzichtbare werkelijkheid? Geen mens en geen beeld.

 

Mijn hulp is van de Heer alleen

Genezing van deze zwakte vindt dan ook ten diepste niet plaats door heftige uitvallen in de richting van de geloofskritiek. Redenering en argumentatie tegen vijanden van het bijbels geloof maken onszelf nog niet tot schouwers van de onzienlijke dingen. De verdediging van het historische karakter van de Bijbel is op sommige momenten – vooral ook ter versterking van zwakken in het geloof – onmisbaar. Maar ons eigen bijbellezen vindt daar niet zijn start. Ons eigen bijbellezen begint niet bij de verdediging, maar bij de volharding. De volharding in het eigen oprechte Godsgeloof. Voordat je gaat bijbellezen zou je de 12 artikelen eens kunnen opzeggen. In die apostolische geloofsbelijdenis wordt de Bijbel zelf niet genoemd. Het is ook niet zo dat je via de Bijbel bij de 12 artikelen uitkomt, maar je begint met het geloof in God de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en dan pas kun je goed bijbellezen. Dan voel je om Wie het gaat in de heilige Schriften. Dan lees je geen letters, maar je zoekt zijn aangezicht. En zijn licht zal over je opgaan.

Dit geloof in God de Almachtige is heel persoonlijk en het gaat dieper dan redetwisten over onderdelen van exegese. Het is een geloof vol vertrouwen en vol zuchten, vol hoop en vol verlangen. “Wie heb ik boven U, o Heer!”

 

Bijbel-lezen vanuit je eigen tijd is dodelijk

Teruglezen is spookrijden
De Bijbel in de spiegel van ónze tijd?
Ónze tijd in de spiegel van de Bijbel!

Wanneer onze God ons dan gelovig doet binnentreden in de bijbel, worden wij binnengeleid in zijn Grote Hal van voorgangers en profeten. Op dat moment moeten we wel voor hen willen openstaan. We moeten bereid zijn om iets nieuws te horen. Bereid tot verwondering en verbazing. Het zou heel storend zijn wanneer we bij het binnentreden van de Grote Hal alleen maar op ons eigen boodschappenbriefje keken om te zien of hier nog iets te vinden is dat aansluit bij onze eigen behoeften en interesses in de 21ste eeuw.

Wanneer je het lezen van de Bijbel beperkt tot de horizon van je eigen tijd, je individuele behoeften, je sociale draagvlak enz. dan is dat dodelijk voor het lezen. Teruglezen vanuit je eigen interesses maakt je tot een spookrijder. Dit is spiegel-lezen (mirror-reading), dat je dan per leeftijdsgroep toepast. En wat je ziet is uiteindelijk niets anders dan je eigen spiegelbeeld en je eigen kerkelijk voorkeursleven in de lijst van wat bijbelteksten.

De Bijbel wil echter onze eigen wereldse tijd openbreken en terugleiden naar de Bron. Wij moeten de Bijbel niet spiegelen in onze tijd, maar onze tijd spiegelen aan de Bijbel. De wereld van de Vader is een andere wereld dan waar de verloren zoon in rondtrok. Er is een onvermijdelijke clash tussen de tijd waarheen de bijbel met ons wil en onze eigen, Westerse tijd. In onze cultuur is het gesloten wereldbeeld bijna een dogma en zeker een onbewuste belevingswerkelijkheid. En je hebt heimwee naar de hemel nodig om je daaraan te ontworstelen.

Wat sterk ontbreekt momenteel bij het bijbellezen is cultuur-kritiek vanuit de Schrift. Openheid voor iets nieuws. Misschien wel iets dat ‘ouderwets’ lijkt, zoals het rekenen met beschermengelen, het respect voor ouderen, het letten op gezinswaarden, de betekenis van ouders en grootouders, de onderscheiden taken voor man en vrouw, je visie op het krijgen van kinderen enz. We mogen bij het bijbellezen meer verwachten dan we op aarde momenteel op rekenen in onze cultuurwereld.

 

Shoppen in de Bijbel of luisteren naar vele stemmen?

Bij dit open bijbellezen zijn er vandaag een paar concrete valkuilen die de bijbelstudie op de vereniging of voor onszelf bedreigen en die de Bijbel al gauw weer toesluiten of beperken tot iets dat om ons heen sluit en ons bevestigt in wat we als christenen toch al dachten dat vandaag het meest passend en bij de tijd zou zijn. Hier zijn minstens drie valkuilen.

Drie valkuilen bij het bijbellezen
– Shoppen
– Kopiëren
– Zakkenrollen

1. De eerste valkuil is dat we vooral lezen vanuit onze eigen interesse. We gaan min of meer ‘shoppen’ in de Bijbel. Dit vindt plaats wanneer we nauwelijks de tijd nemen om de Schrift zelf aan het woord te laten. We beginnen direct met onze eigen vraag en laten die dan los op de Bijbel en zoeken er teksten bij. We speuren naar ‘vindplaatsen‘ en ‘Schriftgegevens‘.

Wanneer we bijvoorbeeld iets willen leren over asielbeleid en vreemdelingen, zoeken we alle teksten op die spreken over een welwillende houding voor vreemdelingen. Die bevestigen ons gevoel. Er staan echter ook andere teksten in de Bijbel: waarschuwingen om niet borg te staan voor een vreemde. Die slaan we over: ze passen niet goed. En wat nog gevaarlijker is: we stellen helemaal niet de vraag of de vreemdeling in de oosterse cultuur wel precies hetzelfde is als de asielzoeker in de moderne cultuur. En voor we het door hebben wordt Bijbelse liefde ingeruild voor alleen maar emotie.

Wanneer we gaan spreken over evangeliseren, hebben we snel een paar passende teksten. Bijvoorbeeld over het heengaan om alle volken te onderwijzen. En dat lijkt ons genoeg om ieder privé-initiatief tot wat voor vorm van evangelisatie ook te waarderen. Maar vaak ontbreekt de vraag of die woorden tot apostelen zo naadloos op ieder gemeentelid in elk land vandaag zijn te betrekken. Dan ontbreekt het nadenkend bijbellezen. Er staan namelijk ook teksten in de Bijbel die ons wat bijsturen. We horen over een open deur voor het evangelie die de Here soms wél geeft, maar soms ook helemaal niet. En dan gaan apostelen ook niet op dichte deuren staan bonzen. Dit plaatje past niet helemaal bij moderne geprogrammeerde ‘kerkplantingsprogramma ’s’. Wij kunnen wel gaan waar God plant, maar God gaat niet zomaar waar wij besluiten om te planten! Nadenkend bijbellezen is dan vaak moeilijk omdat mensen vanuit hun gevoel en intuïtie al hebben besloten wat zij willen, waarna de bijbel eigenlijk alleen maar meer positieve gegevens mag aanleveren.

2. De tweede valkuil is dat we selectief kopiëren. We lezen geselecteerde passages en willen ze direct kopiëren. Handelingen 2 over het alles delen in de eerste gemeente te Jeruzalem wordt dan een voorbeeld, terwijl elders in het Nieuwe Testament de eis om alles te delen ontbreekt, ook al is aandacht voor de armen overal aanwezig. De passages in 1 Korintiërs 14 over een schijnbaar charismatische gemeente worden model terwijl andere passages zoals die over de man als hoofd van de vrouw of over de oudsten die leiding geven, minder populair worden om nog te kopiëren. En vanuit sommige regels in 1 Korintiërs 14 kopieert men het verlangen naar tongentaal, maar men vergeet om liever eerst te bidden om “uitleggers van tongentaal” (de hoofdzaak van Paulus’ betoog). Ongemerkt bepaalt onze moderne tijd en ons modern levensgevoel opeens wat wij uit de bijbel willen kopiëren en wat we maar laten liggen.

3. De derde valkuil is dat we alleen maar meer reageren op gevoelsindicatie. We gedragen ons als zakkenrollers. Pas als er in míjn leven iets gebeurt, wordt het belangrijk. Mijn ervaring wordt de maatstaf. Ik zoek alleen wat van mijn gading is. Soms zeggen mensen dan kortweg over iets in de Bijbel: ‘Ik heb daar niks mee!’. En dat lijkt dan afdoende.

Bijbelse verhalen over genezingen spreken dan alleen nog maar aan wanneer we zelf door gebedsgenezers genezen worden. Eigenlijk zijn we dan niet echt geïnteresseerd in Gods daden in de geschiedenis. Het lijkt pas relevant te worden wanneer iets zich herhaalt. Toch is de Bijbel juist vol van het loven van God vanwege dingen die men gedenkt zonder ze zelf te ervaren. Israël bezong van geslacht op geslacht de Uittocht uit Egypte, terwijl het allemaal al lang geleden was. En wanneer wij de martelaren gedenken, willen we toch niet ook allemaal eerst zelf martelaar worden voordat we er ‘iets mee hebben’?

Van deze en dergelijke valkuilen moeten we ons goed bewust zijn bij ons bijbellezen en ook bij de bijbelbesprekingen met elkaar. Door deze valkuilen storten we in een kuil die we zelf groeven in onze tijd en in ons leven en in de kerk. Door deze valkuilen te vermijden komen we verder op de weg naar de onzichtbare wereld, de hemel met alle heiligen en de zaligheid die voor ons ligt. We blijven niet langer gevangen in ‘onze eigen uitzending’ maar we krijgen oor en hart voor wat we niet hadden bedacht en lang waren vergeten.

 

WWWW ten tijde van WWW

WWW: World Wide Web
Wat je ziet ben je zelf!
WWWW: Wie Wijs Wil Worden
Wat je leest, leer je zien!

Uiteindelijk vraagt bijbellezen een heel andere houding dan krantlezen en boeklezen en andere manieren om kennis te verwerven.

Onze tijd surft voor kennisverwerving veel op het World Wide Web: benieuwd wat er om de hoek te zien is. En wat je daaraan kunt beleven. Vaak valt dat tegen. We vergeten dan dat WWW altijd alleen maar toegang geeft tot onze eigen thuisgemaakte en zichtbare wereld, inclusief alle fantasie over bovenaardse wezens e.d. Engelen komen niet op het scherm en de hemel ook niet! En Second Life is gewoon een slechte spiegeling van ons eigen zondige en verdwaalde leven.

Wanneer we echter op maat de Bijbel openen, gaan we ‘surfen’ op WWWW: Het Wie Wijs Wil Worden Netwerk! Hier geldt: luister en overdenk! Luister naar de geschreven woorden maar ook naar de mensen waarheen die woorden ons verwijzen: eer je vader en je moeder! Dat hangt met elkaar samen: de stemmen van vroeger en de stemmen van vandaag, van voorgangers en ouders. Je leert lezen in de gemeenschap der heiligen: ‘van geloof tot geloof!’

De Schriften geven wijsheid. Niet ‘wat mag ik of moet ik’, maar ‘voor Wie ben ik’. Een snel vraagje als bijvoorbeeld: ‘Wat is er tegen op samenwonen?’ wordt verbreed tot aandacht voor andere vragen: ‘Van welk huis ben ik?’ ‘Wie beschermt de ander?’ en ‘Wat is trouw?’

Wie wijs wil worden, luistert naar de Schriften en wacht een poosje met vragen. Zo heeft Timoteüs van kindsbeen af de Schriften gekend die hem wijs konden maken, dankzij het geloof van zijn moeder Eunice en zijn grootmoeder Loïs!

**

 

Aansluiten en omhoog zien!

Wanneer we biddend bijbellezen, bidden en lezen we ons boven onze eigen tijd uit en we bidden ons toe naar de tijd die komt: een tijd van recht en herstel. Waar we samen met alle heiligen mogen leven. Dat moet je nu al leren: aansluiten in de rij!

Daarbij zijn de Schriften een lamp die je zelf moet optillen en voor je uitdragen, achter de anderen aan. Een lamp waarvan het licht op je pad valt, ook als daar valkuilen zijn. En als iemand wijsheid tekort komt, dan is de Bijbel ook interactief. Ieder mag de levende God en Vader van onze Heiland ootmoedig bidden om de wijsheid die ontbreekt en Hij geeft aan het geloof wat het nodig heeft in deze 21ste eeuw. In de Bijbelboeken en boven de Bijbelboeken! Met de bijbel ben je altijd in het goede gezelschap van engelen, martelaren en profeten, voorouders en voorgangers: dat leert je lezen op maat. De maat van Gods geweldige daden, verder en hoger dan we ooit durfden dromen.

 

Jakob van Bruggen