In deze leeswijzer wijzen we op bijdragen die elders verschenen zijn en geven we kort een aanduiding van het belang. We gebruiken daarbij de internetlink van de website waarnaar we verwijzen. We kiezen – in grote lijnen – een chronologische volgorde: de meest recente stukken bovenaan.


Toneel en drama in de eredienst / karakter gereformeerde eredienst

In januari 2017 deed de GS van de CGK een uitspraak over dans en drama in de eredienst, namelijk dat er onvoldoende Bijbelse grond is te vinden om dans en drama een plaats te geven in de eredienst. Toneel en mime passen volgens de GS niet bij het karakter van de gereformeerde eredienst. Ds. P. Boonstra gaat, naar aanleiding van deze uitspraak, in Nader Bekeken van juni 2017 in op het karakter van de gereformeerde eredienst. Eerst staat hij stil bij de gereformeerde visie dat een kerkdienst, een eredienst, een samenkomst is van God met zijn volk. ‘Het betreft de verbondsgemeente die haar God ontmoet’.  In de zegengroet wordt de gemeente door de drieënige God begroet. Boonstra wijst de toenemende gewoonte af dat de zegengroet door de gemeente wordt gezongen. ‘Het gaat namelijk voorbij aan het feit dat de ambtsdrager namens de Here de groet overbrengt. Dat is wezenlijk iets anders dan dat we elkaar de zegen toezingen.’ Als tweede punt noemt Boonstra de opvatting dat het Woord van God altijd voorrang heeft op ons antwoord van geloof en bekering. Het accent ligt op de Woordverkondiging. ’Daaromheen wordt er gezongen en gebeden.’ Hij wijst op zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus, het appèl in de preek om het evangelie, Gods beloften aan te nemen. Aan de hand van het optreden van de profeet Natan (die David aanspreekt op zijn overspel met Batseba en de moord op Uria) schakelt Boonstra over op mime, dans of drama. Hij stelt de vraag of die op het niveau liggen van het vertellen van een verhaal zoals Natan bij David doet. Hij sluit het uitbeelden van zo’n verhaal op een podium niet uit, maar acht voorzichtigheid geboden. Het moet de preek niet overschaduwen. En: bij toneel ontbreekt een wezenlijk punt: het appèl, de aanzegging, de gerichte boodschap. Verder is toneel een vorm van interpretatie en kan daarmee op het verkeerde been zetten. Ook past een waarschuwing: ‘Namelijk dat drama, dans en mime, net als beelden van film of schilderij, zich vastzetten in je geheugen, je komt er maar moeilijk los van.’ Tenslotte is voorzichtigheid nodig ‘omdat het gebruik van toneel je heel gauw in de handen drijft van een vorm van postmodern denken, die uitgaat van een heel andere opvatting over interpretatie en verkondiging.’ waarschuwt Boonstra. Het artikel kunt u hier lezen op pagina 173 – 175.

In mei 2010 werd in Nader Bekeken ook over dit onderwerp geschreven door ds. A. Hagg onder de titel ‘Drama in de eredienst’. Waar ds. Boonstra drama in de eredienst op zichzelf niet afwijst, doet ds. Hagg dat wel. Zijn artikel vindt u hier op pagina 146 – 148.


Meer over kracht en zwakte van Opwekking

Ds. Jan Blok vervolgt in Nader Bekeken van januari 2015 zijn artikel van december 2014 over de Opwekkingsbundel. Hij wijst er op dat Christus psalmen zong toen Hij er vreselijk aan toe was, omdat het in zijn leven om hemel en hel ging. ‘Vergis ik mij als ik zeg dat de strijd en de aanvechting van het geloof een te geringe plaats hebben in menig opwekkingslied?’ Hij signaleert dat er in de bundel opwekkingsliederen te weinig scherpte is als het gaat om Gods toorn over mensen die de Zoon niet willen gehoorzamen. Blok wijst erop dat dwalingen ook zingend de kerk binnenkomen. ‘Degene die zingt wordt vaak getekend als moe, bang, hulpeloos en onzeker. Er is dan hulp nodig en geborgenheid. Maar Christus is niet alleen gekomen om onze pijn te dragen en ons kracht te geven. Hij stierf in de eerste plaats voor onze zonde en schuld. Zeker, Gods Woord bemoedigt en troost, maar roept ook op tot bekering.’ Tenslotte wijst hij op arminianisme en triomfalisme in deze bundel. ‘De opwekking tot geloof is uiteraard een bijbelse zaak, maar de manier waarop verraadt dat de totale onmacht en onwil (ook om te geloven!) niet goed is doordacht in sommige opwekkingsliederen.’ En wat het triomfalisme betreft noemt Blok een aantal voorbeelden waarin hij de afhankelijkheid van God mist en het besef dat de volle overwinning (en de genezing van ziekte) pas zal worden gezien na Christus’ wederkomt. ‘Hier wreekt zich een stuk Pinkstertheologie. Dat klinkt door in het ‘claimen van de overwinning’ en ook in het ‘zegenen met gezondheid’ (‘Wij zegenen jou in Jezus’ naam’, Opw. 736)’. Het artikel is hier te lezen op pagina 22 – 23.


Kracht en zwakte van Opwekking

Deputaten Kerkmuziek van de GKv synode gaven in juni 2009 een Handreiking voor een evenwichtige plek van de liedbundel Opwekking in de gemeente. Nader Bekeken van december 2014 gebruikt ds. Jan Blok voor een artikel waarin hij schrijft over kracht en zwakte van die bundel. Zijn uitgangspunt is dat psalmen de eerste plek behoren in te nemen. Als kracht van de Opwekkingsbundel noemt hij dat de heilsfeiten van de christelijke feestdagen uitbundig worden bezongen en dat uit veel liederen een missionair verlangen spreekt. Hij signaleert dat opwekkingsliederen tegen de achtergrond staan van de Pinkstertheologie met accent op het werk van de Geest, aanbidding, de gaven van de Geest en genezing. Hij schrijft: ‘Wel is het van belang te letten op een aantal valkuilen:

  • wees erop bedacht dat niet de mens met zijn vroomheid centraal staat – alsof het draait om ons gevoel en onze vroomheid;
  • pas op voor onbijbelse ‘overwinningstheologie’- alsof er geen kruisdragen, ziekte en lijden meer bestaan;
  • let ook op remonstrantse invloeden – alsof het draait om de keus van de mens.’

Verder wijst hij erop dat Gods majesteit te kort komt als vooral ons kiezen, geloven en voelen bezongen worden. ‘Gods majesteit komt tekort als de schuldbelijdenis geen echte stem krijgt. Gods majesteit komt tekort als het onderscheid tussen God en het schepsel lijkt weg te vallen. Gods majesteit komt ook tekort als het door melodie en eindeloze herhaling (!) gaat draaien om het aanbiddingsgevoel.’ Als in de Opwekkingsbundel psalmen worden bewerkt valt het hem op dat soms essentiële dingen ontbreken, zodat het lied eenzijdig wordt. Hij noemt enkele voorbeelden van Psalm 1 en Psalm 139. Bepaalde, voor het hedendaagse levensgevoel ‘lastige’, noties als de straf op wettelozen, blijven daarin weg. Blok verklaart dat doordat in deze bundel het verbond niet wordt gezien. In het verbond gaat het over God die ons opzoekt en daarmee over belofte en eis, zegen en vloek, waarheid en leugen en hemel en hel. ‘Psalmen zijn verbondsliederen en dat kun je niet begeren!’ Het hele artikel leest u hier op pagina 342 – 343.


De stijl van de gereformeerde eredienst

In Nader Bekeken van april 2014 haalt ds. P.L. Storm in de persrevu een artikel uit het Reformatorisch Dagblad aan dat een verslag geeft van een lezing van Prof. Dr. W. Verboom (PKN, Gereformeerde Bond). Over die stijl zegt Verboom dat het van groot belang is dat we niet van onderop denken en van onze kant beginnen, maar van de kant van Christus. Hij wil de stijl van Christus invullen met vier trefwoorden: eerbied, eenvoud, rust en liefde. Deze trefwoorden worden in het geciteerde artikel verder uitgewerkt. Het artikel is hier te lezen op pagina 125 – 126.


Van wie is de zegen?

Er was in de GKv een tijd dat alleen predikanten gerechtigd waren de zegen met zegengebaar aan de gemeente op te leggen. Ds. A. Bas gaat in Nader Bekeken van januari 2014 in op de discussies die daarover op generale synodes gevoerd zijn. Bas wijst op twee lijnen in een principiële discussie hierover. De eerste is dat het opleggen van de zegen is verbonden aan het ambt; de tweede is dat die verbonden is aan het Woord. Bas gaat in op ontwikkelingen waarin predikanten de zegen ook buiten kerkdiensten uitspreken en opleggen en op de ontwikkelingen waarin broeders en zusters elkaar zegenen (en verwijst naar het kinderlied ‘Ik zegen jou in Jezus’ naam’). Hij verantwoordt in dit artikel waarom hij als predikant de zegen niet uitspreekt en oplegt buiten de erediensten om. Het hele artikel kunt u hier op pagina 10 – 12  te lezen.

Over de Aäronitische zegen schrijft dr. A.N. Hendriks in Nader Bekeken van maart 2010 onder de titel ‘Gezegend naar huis’. Dat artikel leest u op pagina 74 – 77.


Orthodoxie en liturgie

Dr. A.N. Hendriks schrijft in Nader Bekeken van december 2013 over de manier waarop orthodoxie en liturgie bij elkaar horen. Hij zegt o.m. ‘Er is een onlosmakelijk verband tussen de rechte lofprijzing en de rechte Ieer, tussen orthodoxie en rechtzinnigheid. Je kunt zeggen dat de leer van een kerk ook haar liturgie bepaalt en in haar liturgie laat zien of zij blijft bij de gezonde leer. In gebeden, formulieren en gezang spreekt de kerk en toont ze wat ze van Gods Woord heeft verstaan.’ Het hele artikel is te lezen op pagina 343 – 344.


Grenzen aan liturgische vrijheid

In Nader Bekeken van november 2012 schrijft Jan Smelik over het proces waarin het maken van afspraken over liturgie binnen de GKv wijzigde naar besluiten om allerlei liturgische zaken in de vrijheid van de kerken laten (liederen, formulieren); een proces waardoor de liturgische eenheid steeds meer ging tanen. De zogenaamde Koersbepaling uit 2002 komt ter sprake. Smelik wijst er vervolgens op dat – belangrijker dan wat kerkordelijk vastgelegd is of zou moeten worden – is welke visie kerken op liturgie hebben en welke houding men ten aanzien van de kerkdienst heeft. Hij signaleert dat twee principes weinig aandacht krijgen: a) de verbondenheid met (de liturgie van) al de heiligen in hemel en op aarde (in de liturgie komt immers de heilige algemene en apostolische kerk samen) en b) de overeenstemming die er moet zijn met de gereformeerde belijdenis, waarbij ook bedacht moet worden dat liturgie de leer van de kerk weerspiegelt. Als het gaat over het eerste, de liturgie van al de heiligen, wijst hij erop dat dit de vrijheid van een plaatselijke kerk begrenst om maar te doen en te laten wat men wil, wat goed voelt of waar nu eenmaal vraag naar is. Het hele artikel is hier te lezen op pagina 320 – 323.


Gods eigen liedboek, Gods ene Woord, Gods strenge oordeel

Ds. A. Bas schrijft in Nader Bekeken van september 2012 een Kroniek over het zingen van wraakpsalmen in de eredienst. Het bevat drie onderdelen.

Het eerste gaat over Gods eigen liedboek. Daarin schrijft Bas over de redenen waarom het zingen van berijmde psalmen in de erediensten in Nederlandse kerken van gereformeerde signatuur steeds de hoofdmoot is geweest en over de voorzichtigheid om ‘het vrije lied’ toe te laten.

Het tweede gaat over Gods eigen Woord. Hier gaat de auteur in op de plek van de Psalmen in Gods Woord. “Omdat de psalmisten ook onder de profeten geschaard mogen worden, mogen we stellen dat ook zij het evangelie van de Here Jezus Christus hebben verkondigd.”

Het derde gaat over God strenge oordeel. Hier gaat Bas in op het verschijnsel dat sommige organisten en ook gemeenteleden weigeren wraakpsalmen te begeleiden of te zingen in de erediensten. Hij wijst erop dat in de redenen die hiervoor worden aangevoerd valt op te merken dat er een tegenstelling tussen Oude en Nieuwe Testament wordt gemaakt. De toorn van God en het aanzeggen van het oordeel komt in het Nieuwe Testament nadrukkelijk ter sprake. Bas geeft aan dat met het bidden van het Onze Vader ook gebeden wordt om de komst van Gods Koninkrijk. ‘Want dat is toch zeker een bede om het verbreken van werken van de duivel en alle macht die tegen God opstaat? En om het oordeel dat onlosmakelijk verbonden is met de komst van Gods rijk in volmaaktheid?’
Hij wijst op Openbaringen 6 dat vol staat met wraak en oordeel rond de komende Christus, en tenslotte hierop dat het bij een bede om wraak niet gaat om persoonlijke vijanden maar om Gods vijanden.

Het hele artikel leest u op pagina 242 – 246.

Ds. P.L. Storm geeft in een Persrevue in Nader Bekeken van februari 2006 aandacht aan de vraag ‘Zijn de psalmen te oudtestamentisch voor ons?’. Hij neemt hierbij uitgebreide citaten op van een artikel dat ds. G. van Rongen schreef in het blad Eredienst van december 2005. Die Persrevue is hier te lezen op pagina 57 – 59.