In deze leeswijzer wijzen we op bijdragen die elders verschenen zijn en geven we kort een aanduiding van het belang. We gebruiken daarbij de internetlink van de website waarnaar we verwijzen. We kiezen – in grote lijnen – een chronologische volgorde: de meest recente stukken bovenaan.


Verbonden en gebonden

In Nader Bekeken van juli/augustus 2017 schrijft mr. dr. P.T. Pel een artikel onder de titel ‘Verbonden en gebonden’. Het gaat over de binding aan de Bijbel en de belijdenis in de kerk, in het bijzonder als het gaat om de ambtsdragers en de docenten aan de TU. Het artikel handelt voor een belangrijk deel over het bindingsformulier zoals op basis van de nieuwe kerkorde (de KO-2017) die in de GKv geldt. Het artikel kunt u lezen op pagina 210-213. De tekst van het bindingsformulier is in dit artikel opgenomen.


Artikel 31 hersteld (deel 2)

D.J. Bolt schrijft op de website www.eeninwaarheid.info op 4 maart 2017 over de artikelenserie die ds. P. Niemeijer in Nader Bekeken van december 2016 en januari 2017 schreef over het ‘vrijgemaakte kroonjuweel’ van artikel 31 van de KO-1978. Bolt stelt dat uit het artikel van ds. Niemeijer blijkt dat als puntje bij paaltje komt kerkenraden besluiten van meerdere vergaderingen moeten uitvoeren, hoe diep zij er ook van overtuigd mogen zijn dat deze in strijd zijn met het Woord van God. Hij biedt een weergave van argumenten die de deputaten hiervoor aanvoeren:
a. In een meerdere vergadering komen kerken samen. Dus genomen besluiten worden geacht ook door een bezwaarde kerkenraad te zijn genomen. Dus het gaat om de uitvoering van een besluit dat je zélf hebt genomen. Het zou raar zijn als je dat niet zou willen…!
b. Als een kerkenraad een besluit niet uitvoert ontstaat er rechtsongelijkheid met andere kerken.
c. Niet uitvoeren kan ‘onwelgevallige gevolgen’ hebben voor eigen kerkleden en terwijl elders deze wel in dank worden aanvaard.
d. Als een kerkenraad bezwaar heeft kan de classis ‘broederlijk’ met ‘partijen’ hierover spreken. De classis kan dan adviezen en aanwijzingen geven.
Bolt heeft grote bedenkingen bij deze argumenten en het schrijven van ds. P. Niemeijer hierover. We geven een uitgebreid citaat:
“In een meerdere (synode-)vergadering zijn formeel inderdaad de kerken bijeen. Maar dat wil niet zeggen dat alle kerkenraden/gemeenten ook direct vertegenwoordigd zijn. Integendeel, meestal is dat zelfs niet het geval bij de gewone getrapte afvaardiging. Nu is dat normaliter geen probleem, gereformeerden hebben er vertrouwen in dat de vergaderende broeders op basis van Schrift en belijdenis verantwoorde besluiten nemen. En zij weten (wisten …) dat als het eens níet het geval is altijd de escape van art. 31 daar is die de principiële vrijheid van de raad in het volgen van Christus en zijn Woord waarborgt. En dat is nu in de HKO problematisch geworden. We erkennen dat de situatie complex kan worden zoals de deputaten aangeven. En ja, niet uitvoeren van een besluit kan zowel binnen de gemeente als in de relatie met medegemeenten problemen geven. Kerkenraden die gereformeerd denken zullen dus alleen in het uiterste geval daartoe overgaan. En, voegen we er aan toe, meerdere vergaderingen zullen zich tien keer dienen te bedenken voor zij besluiten nemen die deze situatie tot gevolg kan hebben.
En kómt het voor, dan is de oplossing van complexe situaties níet door kerkenraden te dwingen de gewraakte besluiten uit te voeren. We zeggen het scherp, dat is o.i. hiërarchische verkrachting van de kern van gereformeerd kerkrecht, alle mooie woorden over ‘maatwerk’ en ‘broederlijk overleg in de classis’ ten spijt. Hoe nodig en aanbevelingswaard dit laatste allemaal ook is, uiteindelijk heeft het Woord het laatste woord.”
Bolt wijst tenslotte op de dwingende rol die de classis kan vervullen bij de nieuwe regeling. Die luidt: “Met het oog op de gemeente kan de classis in de tussentijd adviezen of aanwijzingen geven.” Deel 1 van 10 december 2016 is hier te lezen.


Vrijgemaakt kroonjuweel vermist? Het oude artikel 31 KO en de nieuwe kerkorde (deel 1)

In Nader Bekeken van december 2016 en januari 2017 schreef ds. P. Niemeijer over de binding van kerken aan besluiten van meerdere vergaderingen (classis, particuliere en/of generale synode). Bekend is de formulering over deze zaak van artikel 31 van de KO (van 1978 en daarvoor). Dit artikel heft een essentiële rol gespeeld bij de schorsing van ambtsdragers in de Gereformeerde Kerken in Nederland in 1944 en mede de aanleiding gevormd voor de Vrijmaking van die kerken van het hiërarchisch optreden van de GS en van andere meerdere vergaderingen in die periode. Het ging toen om het tweede deel van artikel 31 (we citeren deze uit de tekst van de KO 1978): “De uitspraak die bij meerderheid van stemmen gedaan is, zal als bindend worden aanvaard, tenzij bewezen wordt dat hij strijd met het Woord van God of met de kerkorde.” De GS maakte ervan totdat bewezen wordt.
De aanleiding voor de artikelenserie van Niemeijer is dat er opschudding ontstond over de manier waarop de nieuwe KO (de KO-2014) in de GKv deze materie regelt. Artikel 31 zou een stille dood zijn gestorven met de aanvaarding van de KO-2014. Niemeijer neemt een lange aanloop en behandelt in deel 1 kerkelijke discussies en gebeurtenissen in de jaren ’50, ’60 en ‘70 van de vorige eeuw. Hij komt terecht bij de GS 2005 die een besluit op bezwaar van Kampen-Noord moest nemen waarin een beroep werd gedaan op het ‘tenzij’ van artikel 31. Hier te lezen op pagina 346-349.


Vrijgemaakt kroonjuweel vermist? Het oude artikel 31 KO en de nieuwe kerkorde (deel 2)

In Nader Bekeken van december 2016 en januari 2017 schreef ds. P. Niemeijer over de binding van kerken aan besluiten van meerdere vergaderingen. Deel 2 handelt over de formulering in de KO-2014. Niemeijer herinnert aan een publicatie van prof. J. Kamphuis (‘Kerkelijke besluitvaardigheid’) over de binding aan besluiten van meerdere vergaderingen met als stelling dat de besluiten meteen rechtskracht hebben en dat er geen rectificatie of instemming met de besluiten nodig is voordat ze rechtsgeldig zijn. Niemeijer wijst op artikel F72.1 dat daarom luidt: ‘Een besluit van een kerkelijke vergadering heeft bindende rechtskracht.’ en op artikel 72.2: ‘Een besluit treedt direct in werking, tenzij het besluit zelf een andere termijn vermeldt.’
Niemijer gaat in op de regeling van zaken waarin een besluit een kerklid persoonlijk in strijd brengt met zijn geweten. Dit is in 2014 terechtgekomen in artikel F72.4 met de volgende woorden: “De uitvoering van een besluit kan niet van iemand worden verlangd, als dit hem persoonlijk in zijn geweten in strijd brengt met Gods Woord. De betrokkene dient bereid te zijn zich te verantwoorden volgens art. F73, F76 en F77.”
Vervolgens gaat Niemeijer in op de vraag hoe het zit als kérken van oordeel zijn dat ze een besluit niet kunnen uitvoeren. De KO-2014 gaat uit van de rechtskracht van besluiten en regelt het recht op het vragen van revisie. Niemeijer trekt de conclusie dat het oude artikel 31 uit de KO-1978 naar geest en letter is overgenomen en zelfs breder is uitgewerkt. Hij stelt: ‘Een kerk die van oordeel is een besluit van de synode niet te kunnen uitvoeren vanwege strijdigheid met Gods Woord of kerkelijk recht, vraagt revisie an de eerstkomende synode en verzoekt de classis haar recht op een naar alle kanten verantwoorde wijze te borgen voor de tijd dat er nog geen besluit is genomen op haar revisieverzoek.” Niemeijer stelt dat een vrijgemaakt kroonjuweel wordt vermist.
Deel 2 kunt u hier lezen op pagina 18-21.
Niemeijer verwijst ook naar een artikel van mr. dr. P.T. Pel over deze materie in Nader Bekeken van april 2015. Dit, onder de titel ‘Artikel 31’, leest u op pagina 113.
De GS Meppel 2017 van de GKv wijzigde het één en ander rond deze materie. Er werd een nieuw artikel F72.4 vastgesteld en een gewijzigd artikel F72.5 KO. Deze luiden:
F72.4 Als een kerkenraad van oordeel is dat een besluit van de generale synode in strijd is met het Woord van God of de kerkorde en hij om die reden dat besluit niet kan uitvoeren, is hij gehouden tot het instellen van revisie volgens art. F81, met kennisgeving aan de classis. Met het oog op de gemeente kan de classis in de tussentijd adviezen of aanwijzingen geven.
F72.5 De uitvoering van een besluit kan niet van iemand, ambtsdrager of gemeentelid, worden verlangd, als dit hem persoonlijk in zijn geweten in strijd brengt met het Woord van God. De betrokkene dient bereid te zijn zich te verantwoorden volgens art. F73, F76 en F77.


Verlegen ambtsdragers – veilige kerken

Onder deze titel schrijft ds. J.W. van der Jagt in Nader Bekeken van maart 2014 over het nieuwe ondertekeningsformulier voor ambtsdragers (het bindingsformulier) zoals dat toen op de tafel van de GS Ede 2014 lag. Hij wijst op een omslag met dit formulier: “Volgens het concept zal een ambtsdrager die verschil ervaart tussen wat de Bijbel leert en de belijdenis, ‘dit op gepaste wijze aan de orde stellen’. Met deze bepaling wordt door de kerken een omslag gemaakt. Volgens het oude formulier mag een afwijkend inzicht niet openlijk worden uitgedragen. Het moet aan de kerkelijke vergaderingen worden voorgelegd. Het nieuwe formulier laat wel in het midden wat ‘op gepaste wijze’ precies is, maar het omvat in elk geval dat een afwijkend inzicht publiek aan de orde gesteld kan worden. Van der Jagt noemt vervolgens voorbeelden waaruit volgt hoe dit kan werken: “Wie bijvoorbeeld meent bijbelse argumenten tegen de kinderdoop te hebben, kan dat openlijk uitdragen en kan werven voor zijn mening. (…) En als iets publiek mag worden uitgedragen – waarom dan niet op de preekstoel en wel in een kerkelijk blad of boek? Ik zie niet in hoe met een dergelijke open discussie waarin de gezamenlijke leer bestreden wordt, de gemeente veilig blijft.”
Van der Jagt haalt in dit artikel ook de toelichting van deputaten voor het toelaten om afwijkende inzichten publiek aan de orde te kunnen stellen: “Daar pleiten deputaten voor. Als er kritische vragen zijn, helpt het niet een open discussie te verbieden. Door de discussie aan te gaan, laten we zien dat we voor de waarheid staan. Daarbij moet ook het contrageluid gehoord worden.” Van der Jagt ziet dit als een gebrek aan waarborg voor de veiligheid van de gemeente.
De GS heeft de tekst op het bekritiseerde punt anders vastgesteld: “Wanneer wij op een onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van genoemde bellijdenisgeschriften, en onze moeite niet kan worden wegggenomen, zullen wij onze bezwaren ter beoordeling voorleggen aan de kerkelijke vergaderingen.” De hele tekst van het bindingsformulier, via artikel B7 van de KO.


Het gereformeerde kerkrecht over onttrekking

Op zijn website schrijft ds. R.D. Anderson een artikel over onttrekking in het licht van het gereformeerd kerkrecht. Hij geeft eerst een beknopt historisch overzicht, namelijk van het gereformeerde kerkrecht in de 16e en 17e eeuw, gaat dan in op het kerkrecht van de Afscheiding, van de Doleantie, van de Gereformeerde Kerken in de periode 1892 – 1944 en van de periode na de Vrijmaking. Dan volgt een bezinnend deel over de aard van het kerkelijk lidmaatschap en over het gebruik van de tucht in de kerkorde.


Kerkorde-rijp? De tweede editie van de Werkorde

Ds. A. Bas en ds. P.L. Storm schrijven in Nader Bekeken van oktober 2011 over de tweede editie van de Werkorde op weg naar een nieuwe KO in de GKv. Ze bespreken enkele inhoudelijke onderdelen (kerkelijke huwelijksbevestiging, kerkelijke tucht) en staan met name stil bij de grote omvang van de nieuw gedachte KO (ongezond omvangrijk). Het artikel is te lezen op pagina 261-265.


De Werkorde

Het oktobernummer van 2010 van Nader Bekeken bevat vijf artikelen over de Werkorde. Het eerste artikel is van ds. J.W. van der Jagt en gaat over de vraag “Maken we de Werkorde tot Kerkorde”. Twee artikelen handelen over de kerkelijke tucht. Ds. Storm gaat in het eerste artikel in op geheime en openbare zonden en in het tweede artikel over afhouding van het avondmaal en afsnijding van de gemeente. Ds. A. Bas schrijft twee artikelen; het eerste onder de titel “Werkorde, geldend recht en gangbare praktijk” en het tweede onder de titel “Diaken en werkorde”. Ds. C. van Dijk schrijft tenslotte en artikel onder de titel “Bijeen voor een begrafenis”.


Waarom een kerkverband?

In het februarinummer van 2009 van Nader Bekeken schrijft dr. A.N. Hendriks over de redenen voor het aangaan/hebben van een kerkverband. Hij staat stil bij de eenheid van de kerk, haar katholiciteit en apostoliciteit en haar heiligheid en brengt daarvoor allerlei plaatsen uit de Bijbel naar voren. Tenslotte staat hij stil bij artikel 30 van de NGB, bij de kerkelijke vergaderingen. Te lezen op pagina 10-13.


Rondblik in gereformeerd kerkrecht

In Nader Bekeken van juni 2008 maakt dr. H.J.C.C.J Wilschut een rondblik in het gereformeerd kerkrecht. Hij staat stil bij de vraag ‘waarom kerkrecht?’ en gaat in op de gezamenlijkheid ten aanzien van kerkelijke ‘spelregels’. Hiërarchie en consistoriocratie passen niet bij gereformeerd kerkrecht betoogt dr. Wilschut. Het artikel kunt u lezen op pagina 174-177.


Leiding in de kerk

Onder deze titel schrijft dr. H.J.C.C.J. Wilschut in Nader Bekeken van april 2008 een artikel naar aanleiding van het rapport van Deputaten Dienst en Recht aan de GS Zwolle-Zuid van de GKv. Dit rapport is bekend geworden omdat het inging op paradigmaveranderingen (cultuuromslag) in de kerken en die veranderingen benoemde door oude paradigma’s naast nieuwe in een lijst te plaatsen. Het artikel van Wilschut biedt een weergave van die lijst en geeft kritisch commentaar bij de inhoud van dit deputatenrapport. Pagina 100-104.