In deze leeswijzer wijzen we op bijdragen die elders verschenen zijn en geven we kort een aanduiding van het belang. We gebruiken daarbij de internetlink van de website waarnaar we verwijzen. We kiezen – in grote lijnen – een chronologische volgorde: de meest recente stukken bovenaan.


We laten niemand achter

Ds. H. Drost schrijft in Nader Bekeken van januari 2018 over de liefde van de tucht onder de titel ‘We laten niemand achter.’ Hij geeft aan dat kerkelijke tucht een zaak is van lange adem. Het gaat om aanspreken, tijd geven, vermanen, van het avondmaal afhouden, stille tucht, de gemeente inschakelen. De tijd die dit kost is tijd van genade. Want het gaat om bekering, om te redden wat verloren is. Hij gaat ook in op de vraag of kerkelijke tucht hard is. Kerkelijke tucht heeft te maken met herderlijke zorg, ook voor elkaar in de gemeente. De gemeente is hard als ze gemeenteleden zomaar loslaat: “Of laten we elkaar steeds meer los, komt er een steeds grotere rand van mensen die je steeds minder ziet? Straks kieperen ze over de rand in de hel en niemand die er wakker van ligt. We kennen ze niet eens meer. Dat is nog eens hard. Tucht is de hand van de liefde uitsteken. Zonder tucht woont de onverschilligheid in de kerk.” Het artikel kunt u lezen op pagina 25-27.


Met Jan en alleman avondmaal vieren?

In Nader Bekeken van juni 2016 gaat ds. P.L. Storm kritisch in op een interview met een predikant dat in OnderWeg verscheen. In dat interview neemt de betreffende (Nederlands gereformeerde) predikant een veel ruimer standpunt in rond de toelating tot en de afhouding van het avondmaal dan in gereformeerde kerken gebruikelijk en afgesproken is. De verantwoordelijkheid tot deelname wordt in vergaande mate bij de persoon gelegd. Ds. Storm constateert uit de uitlatingen van deze predikant dat de opvattingen en de praktijk rond de beleving van de eenheid in Christus aan het avondmaal zo faliekant tegenover elkaar staan dat je het ‘onbestaanbaar’ over en weer uitspreekt. Dit artikel vindt u op pagina 194-196.


Staat de tucht ons niet in de weg?

Onder deze titel schreef ds. J.R. Visser op zijn website over de discussie of een kerk wel tucht moet hanteren als de toepassing niet werkt: “Vermaan, afhouden van het avondmaal en zelfs het uiteindelijk uitsluiten uit de gemeente zouden mensen eerder wegjagen dan dat je ze bij de gemeente zou houden. Tucht en echte liefde lijken eerder met elkaar te strijden dan dat ze bij elkaar horen. Je kunt wel veel over heiligheid spreken maar dan neem je wel het zicht op de liefde weg, zo is de gedachte van meerderen in onze tijd.” Ds. Visser gaat op deze dingen in en staat dan stil bij de vraag wat liefde is en bij de relatie tussen liefde en oordeel. Hij wijst er op dat Gods liefde heilige liefde is en onderbouwt dat met de zeven brieven in hoofdstuk 2 en 3 van Openbaringen. Het hele artikel is hier te lezen.


Zo zijn we niet getrouwd

In Nader Bekeken van december 2012 schrijft ds. J.W. van der Jagt over de toegenomen acceptatie van het ongehuwd samenwonen. Hij gaat in op een onderzoek onder GKv, NGK en CGK. Daar waar 80% van de predikanten ongehuwd samenwonen afwijst blijkt een kwart van de kerkenraden met het middel van tucht te reageren op zulk samenwonen. Het onderzoek meldt ook dat bijna 30% van de predikanten in de GKv in de Bijbel geen verbod op ongehuwd samenleven (meer) ziet. Ds. Van der Jagt wijst op het formulier voor de huwelijksbevestiging dat al deze predikanten toch regelmatig zullen gebruikken. Daarin wordt de gemeente vanuit Gods Woord onderwezen over het huwelijk. Van der Jagt: “Hoe is het dan mogelijk om in de Bijbel géén verbod op ongehuwd samenwonen te zien?”
Hij wijst er ook op dat samenwonen als een infectie werkt: “Het onderzoek laat zien hoe infectief het ongehuwd samenwonen is, als een bloedvergiftiging die steeds verder door het lichaam trekt. Van het vóórkomen gaat het via nuanceren en zwijgen naar gewenning en aanvaarding. Dat ligt ook wel voor de hand. Het ongehuwd samenwonen in het midden van de gemeente is immers een openlijke zaak. Dat maakt het opvallend dat de kerkelijke tucht steeds meer wordt ondermijnd.”
Hij geeft nog een ander voorbeeld van infectie: “Intussen worden kerkenraden tegen elkaar uitgespeeld (‘daar mag het ook’). Er wordt wel verhuisd naar een gemeente waar de kerkenraad ongehuwd samenwonen tolereert.” Hij pleit voor goed huwelijksonderwijs. “Dat kan harten winnen en mensen bekeren. Maar de spits van dat onderwijs wordt stomp, wanneer openlijk ongetrouwd samenleven gepaard gaat met de openlijke gang naar het avondmaal. Dat geeft het signaal af dat we ons erbij neerleggen als men zich niet voegt naar Gods instelling.” Het artikel kunt u vinden op pagina 340-342.


De spierkracht van de kerk. Bijbelse principes rond de kerkelijke tucht

Op zijn website schreef ds. R.D. Anderson in 2012 een bijbelstudie over principes rond de kerkelijke tucht. Hij behandelde daarin ook de stappen die de kerkorde onderscheid voor het proces van de tucht: 1) zelf een broeder of zuster vermanen; 2) één of twee getuigen meenemen en 3) de zonde aan ‘de gemeente’ bekend maken. Dit artikel kunt u hier lezen.


Zoekende liefde

Ds. J. Wesseling schrijft in Nader Bekeken van februari 2011 over tucht in de gemeente onder de titel ‘Zoekende liefde’. Wesseling gaat vooral in op de zelfdiscipline en de onderlinge discipline in relatie tot de (voorafgaande) aansporingen en onderlinge bemoedigingen. Hij vergelijkt het bijbelse ABC met het RAT van de tijdgeest. Bij ABC draait het om aansporing, bemoediging en correctie (naar een idee van P.W. van de Kamp). Bij RAT draait het om een goede relatie, acceptatie en tolerantie: Wesseling verwoordt de achterliggende gedachten van deze RAT-benadering zo: “Je mag dingen eigenlijk niet meer op scherp zetten, dat is moeilijk doen. Je moet te allen tijde de (pastorale) relatie goed zien te houden, anders laat je een ander niet in zijn waarde. Je wordt in onze tijd van psychologisering en democratisering geacht vooral je in te leven en met mensen in hun worsteling mee te leven (…) anders heb je geen goed gevoel voor mensen.” Wesseling wijst ook op de punten waar RAT het ABC bijt: “Maar deze RAT-houding kan het ABC van de geestelijke omgang in Gods koninkrijk zomaar aanvreten. Maar tucht zal beoefend moeten worden in overeenstemming met Gods Woord. Zijn eer in ons (gemeenteleven) is in geding. Het daadwerkelijke leven met de liefde van de Herder en vanuit zijn genade staat op het spel. Als je je relatie met Christus goed wilt houden, moet je de relatie met je zonde verbreken. (…) Voor je het weet, ademt onze geestelijke omgang meer tijdgeest dan Jezus’ Heilige Geest.” Het artikel is te vinden op pagina 54-55.


Geheime en openbare zonden. De Werkorde over de tucht (1)

Het oktobernummer van 2010 van Nader Bekeken bevat vijf artikelen over de Werkorde. Twee daarvan handelen over de kerkelijke tucht. Ds. Storm gaat in op de toelichting van het deputaatschap dat de Werkorde voorbereidde op het punt dat de Werkorde geen onderscheid maakt tussen geheime en openbare zonden (zoals de kerkorde van 1978 en voorgaande kerkordes wel doen). Storm vindt de argumentatie van die toelichting op het wegnemen van dit onderscheid niet toereikend. Bij geheime zonden wordt verwezen naar Mattheüs 18. Storm haalt op het punt van dit onderscheid het boek van prof. J. Kamphuis aan (‘Om de heiligheid van de gemeente’ uit 1982). Kamphuis was intensief betrokken bij de KO van 1978. Het artikel is alleen al lezenswaardig vanwege de selectie en weergave van citaten uit dit boek. Dit artikel staat op pagina 266-269.


Afhouding en afsnijding. De Werkorde over de tucht (2)

Het oktobernummer van 2010 van Nader Bekeken bevat vijf artikelen over de Werkorde. Twee daarvan handelen over de kerkelijke tucht. Ds. Storm gaat in op de toelichting van het deputaatschap dat de Werkorde voorbereidde op het punt van afhouding van het avondmaal en afsnijding (excommunicatie). De Werkorde maakt verschil tussen ontzegging en afhouding van het avondmaal. Wat in de praktijk van de KO van 1978 (en daarvoor) wel eenvoudige of enkelvoudige afhouding wordt genoemd is nog geen tuchtmaatregel zoals de ontzegging. De eenvoudige afhouding is bedoeld voor onderzoek door de kerkenraad. Ds. Storm gaat op deze kwestie in en behandelt in dit artikel nog een aantal andere aspecten van de voorgestelde verandering van de KO 1978 naar een nieuwe KO in lijn met de Werkorde. Het artikel kunt u lezen op pagina 270-273.