Vanouds werd onder bijbelse hermeneutiek verstaan (de wetenschap die zich bezig houdt met) het hanteren van regels voor het lezen van de Bijbel. In de afgelopen decennia is de betekenis geleidelijk aan verschoven naar (de wetenschap die zich bezig houdt met) het verstaan van de Bijbel. Dat is gebeurd onder invloed van het postmodernisme: een filosofische stroming, waarvan de impact zich heeft verbreed tot alle aspecten van ons bezig zijn. Door deze betekenisverschuiving wordt ook wel gesproken over ‘nieuwe hermeneutiek’. Dat is overigens een breed begrip: ook opvattingen van dr. N.T. Wright worden wel onder ‘nieuwe hermeneutiek’ geschaard. Men zou ook kunnen zeggen dat het een andere opvatting van de Bijbel betreft dan de gereformeerde. We plaatsen artikelen die geschreven zijn vanuit de klassieke opvatting van hermeneutiek, en die ingaan op de nieuwe hermeneutiek. Ook ziet u bijdragen waarin kort de betekenis van literatuur wordt geschetst die u op andere websites kunt vinden. Met daarbij de link naar die internetsite. We kiezen – in grote lijnen – een chronologische volgorde: de meest recente stukken bovenaan.

 

Gods Woord als norm bewaren in een sterk veranderende cultuur

In Nader Bekeken van mei schreef dr. P. Boonstra een artikel over het bewaren van Gods Woord als norm. Hij begint met een duiding van onze sterk veranderende cultuur en wijst daarbij op de rol van internet. Door veelvuldig gebruik daarvan lijkt ons concentratievermogen aangetast te worden en wordt het moeilijk informatie op te slaan en te verwerken.
Een ander punt is de postchristelijke tijd waarin we leven: de afstand tot de Bijbel wordt steeds groter en de godloze cultuur komt dichterbij. Als belangrijkste element noemt hij onze tijd als postwaarheidstijdperk: postmodernisme maakt bijna overal de dienst uit. Ieder individu heeft zijn eigen waarheid en dat is iets puur persoonlijks geworden waarover je niet kunt argumenteren. Dé waarheid is er dan niet.
Haaks op dat alles staat onze belijdenis over de Bijbel als norm (Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 3, 5 en 7). Het woord van God is niet uit menselijk initiatief voortgekomen (2 Petrus 1: 21). We zijn geroepen ons te onderwerpen aan Gods Woord. Tussen de Bijbel en de cultuur is een grote kloof ontstaan.
Daarbij signaleert Boonstra twee valkuilen in het omgaan met die kloof: het biblicisme en de schriftkritiek.
Boonstra werkt een paar voorbeelden van een biblicistisch omgaan met de Bijbel uit en geeft ook aan hoe we die valkuil kunnen vermijden. Hij blijkt zich te begeven in het goede gezelschap van dr. S. Greijdanus en dr. J. van Bruggen in hun publicaties over het verklaren van de Bijbel.
Als het gaat om schriftkritiek spreekt Boonstra over het buiten spel zetten van de Bijbel. Daarbij noemt hij als voorbeeld het omgaan met 1 Timotheüs 2: 12, waarin Paulus de vrouwen verbiedt om te onderwijzen aan en gezag te hebben over de man. Boonstra geeft aan dat juist hier geen tijdbepaalde elementen worden genoemd. Het aanvoeren van argumenten dat dit voorschrift van Paulus wel is ingegeven door de situatie van toen, kan alleen door dit element van buiten de tekst, de tekst in te dragen. Zo kan de Bijbel buiten spel worden gezet. Boonstra eindigt met aanwijzingen hoe wel recht gedaan kan worden aan de Bijbel. Hij maakt daarbij onderscheid tussen exegese die waar is en exegese die de tekst onrecht aan doet. Het hele artikel is te lezen op de website van Woord en Wereld.

 

Het gezag van Gods Woord en de synodebesluiten over m/v en ambt

Onder deze titel schreef dr. B. van Egmond een bijdrage op de website bezinningmvea. Deze site beoogt kerkleden en kerkenraden te helpen bij hun bezinning over de besluiten van de GKv-synode Meppel 2017 over de toelating van vrouwen tot alle ambten. De site biedt ook hulp bij het vragen van revisie aan de volgende synode. Deze bijdrage van dr. B. van Egmond gaat in op de manier waarop de GS met de Bijbel omgaat in deze besluiten. Van Egmond maakt onderscheid tussen de Bijbel als norm, de Bijbel als bron voor geloof en de Bijbel als inspiratiebron. Hij wijst aan dat de GS in het bijbelgebruik niet de Bijbel als norm heeft gebruikt, maar de Bijbel als inspiratiebron met name in besluit 3 (‘uit te spreken dat er Schriftuurlijke gronden zijn om volop ruimte te bieden voor de inzet van gaven van vrouwen in taakvelden zoals verkondiging, onderwijs, pastoraat en diaconaat’). Van Egmond: ‘In de gronden onder besluit 3 worden bijbelteksten gebruikt om te illustreren dat God in de loop van de geschiedenis de ongelijkheid tussen man en vrouw overwint. (…) Vervolgens worden die gegevens gebruikt om de conclusie te trekken dat God eigenlijk al in het OT het tekort van exclusief mannelijke ambtsdragers aan de kaak stelde. Maar deze conclusie volgt niet uit deze bijbelteksten. De gegevens worden gebruikt om te fungeren in een buitenbijbels kader, dat van de strijd om de emancipatie van de vrouw ten opzichte van de man.’ Van Egmond schetst vervolgens het hanteren van een tweede constructie en concludeert tenslotte dat je, door op een dergelijke manier de Bijbel als inspiratiebron te gebruiken, je de vrijheid kunt nemen om uit de Bijbel te selecteren. Hij is van mening dat de GS dat gedaan heeft. ‘De manier waarop in de besluiten is omgegaan met de Bijbel is niet in overeenstemming met onze belijdenis over het goddelijk gezag van de Heilige Schrift, en onze roeping heel Gods spreken daarin recht te doen.’

 

Hermeneutische overwegingen bij de toepassing van de ‘zwijgteksten’ m.n 1 Tim. 2:8-15

Ds. H. Room schreef een bijdrage onder deze titel op de website bezinningmvea. Het is een reactie op een stuk in het Nederlands Dagblad (28-09-2017), geschreven door prof. dr. P. van Houwelingen, dr. M. De Klinker-de Klerck en dr. H. Schaeffer, voorafgaand aan een studiedag over hermeneutiek in Kampen. Ten aanzien van de zogenaamde zwijgteksten menen deze drie auteurs dat ze vandaag niet meer op dezelfde manier geldigheid hebben als in de tijd van Paulus. Ds. Room biedt in deel één een weergave van wat deze auteurs hebben geschreven. In deel twee geeft hij een beoordeling. De auteurs menen dat de keus van Paulus om te verwijzen naar Adam en Eva (Genesis 2 en 3) een hermeneutische keus van de apostel is. Ds. Room wijst er daarentegen op dat die keus voortkomt uit de tekst van 1 Timotheüs 2 zelf. Room stelt dat we de woorden van de apostel niet kunnen beperken tot tijdgebonden uitspraken, wanneer de tekst onszelf dat niet duidelijk maakt.Room merkt op dat de auteurs door hun hermeneutische keuzes het contact met Genesis 2 en 3 loslaten. Hij gaat vervolgens op diverse aanverwante aspecten in, waaronder de toepassing van de betekenis van 1 Timotheüs 2 voor vandaag.

 

Nieuwe hermeneutiek en nieuwe vrijzinnigheid

In Nader Bekeken van februari 2018 schreef dr. P. Boonstra een artikel over nieuwe hermeneutiek; een vervolg op zijn artikel in het decembernummer van 2017 over ‘oude en nieuwe hermeneutiek’. Vrijzinnigheid is volgens Boonstra dat jijzelf bepaalt wanneer je iets uit de Bijbel als normatief aanvaardt en dat niet door de Bijbel laat bepalen. Je wilt dan vrij zijn ten opzichte van het hogere gezag van de Bijbel. In de oude vrijzinnigheid was daarbij het verstand, het redeneren, het vaste punt om je zekerheid in te zoeken. Deze oude vrijzinnigheid is gaandeweg van vorm veranderd, onder invloed van het postmodernisme. Daarin wordt niet aanvaard dat er absolute normen en waarheden bestaan. Het gaat er vanuit dat ieder ‘zijn eigen waarheid’ heeft. De nadruk ligt meer op wat je met je gevoel, intuïtie of ervaring voor waar houdt. Wat jij wel of niet ‘kunt meemaken’ is dan doorslaggevend. Op geloof en Bijbel toegepast: in de nieuwe vrijzinnigheid wordt het Woord  ondergeschikt gemaakt aan dat gevoel, die intuïtie of ervaring. Boonstra werkt vervolgens uit hoe nauw het verband is met nieuwe hermeneutiek. We zien dit artikel van Boonstra als een heldere en daarmee waardevolle analyse van wat er in de nieuwe hermeneutiek gebeurt en dat ook nog eens op betrekkelijk begrijpelijke manier geschreven.

 

Oude of nieuwe hermeneutiek?

In het decembernummer van 2017 van Nader Bekeken ging dr. P. Boonstra in op de zogenaamde nieuwe hermeneutiek. Hij beschrijft de verschillen tussen de oude (klassieke) en de nieuwe hermeneutiek. Hij wijst er op dat in de nieuwe hermeneutiek een bepaalde filosofische gedachte doorwerkt. Daarmee ontstaat een opvatting dat er een vertaalslag nodig is waardoor een tijdgebondenheid van de bijbeltekst wordt geïntroduceerd. Boonstra spreekt over een besmetting van zijn kerken (de GKv) door het virus van de nieuwe hermeneutiek. Hij bestempelt de situatie als zeer ernstig, want dit virus woekert voort. Vanwege het grote belang van het doorzien van (ingewikkelde) ontwikkelingen van hermeneutische opvattingen wijzen we graag op deze bijdrage van Boonstra.

 

Reactie P. De Vries op ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’

In Nader Bekeken van december 2017 geeft dr. P. De Vries een bespreking van het boek van de TU ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’ . Hij schrijft o.a.: ‘Kenmerkend voor allerlei nieuwe vormen van hermeneutiek is dat de bijbellezer met een beroep op de leiding van Gods Geest en het grote kader van de Schrift een zekere afstand mag houden ten opzichte van de Schrift zelf, omdat zijn context een andere is dan die van de bijbelschrijver. De klassieke visie zou te weinig recht doen aan de betekenis van de Heilige Geest. Gereformeerde hermeneutiek vandaag zit helemaal op dit spoor.’

 

Ethiek en hermeneutiek, een verbeterde visie?

Ds. J.R. Visser publiceerde op zijn website een reactie op een hoofdstuk uit het boek ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag: de bijdrage van dr. A.L.Th. de Bruijne over ethiek en hermeneutiek. Ds. Visser gaat na of de visie van De Bruijne een verbeterde visie is. Daarbij gaat hij in op wat De Bruijne zegt over het omgaan met zogenaamde bewijsteksten, het duiden van wat het grote verhaal in de Bijbel is, de rode draad. Visser merkt op dat niet alleen vanuit het grote verhaal gelezen kan worden: je kunt het grote verhaal niet losmaken van de concrete geboden die de HERE geeft. Een ander kritiekpunt waar Visser op wijst is dat er een gevaar zit in het zelf formuleren van een rode draad. Vaak wordt dan de liefde gekozen. Nu wordt als rode draad het Koninkrijk en de stijl van het Koninkrijk genoemd. Bij een toespitsing op de vraag naar de toelaatbaarheid van vrouwen in kerkelijke ambten wordt dan gezegd dat de vrouw in de ambten goed is omdat straks in het Koninkrijk mannen en vrouwen helemaal gelijk zijn en samen priesters en koningen in dienst van de HERE zullen zijn. Visser merkt op dat het gevaar groot is dat we vanuit de tijdgeest gaan invullen hoe het ideale Koninkrijk er uit gaat zien. De bijdrage van de Bruijne spitst zich toe op onderwerpen als vrouwen in de kerkelijke ambten in het ambt en op het omgaan met homoseksualiteit. Visser geeft hiervan een kritische beoordeling. Wat vrouwen in de kerkelijke ambten betreft wijst hij bijvoorbeeld aan dat De Bruijne redeneert vanuit de orde van na de zondeval in plaats van de orde van de schepping van voor de zondeval.

 

En-scripto-logie en het evangelie van Gods zoon

Dit is de titel van een lezing die ds. R. Van der Wolf op 15 februari 2018 in Harderwijk hield. Het is deels een vervolg op de bijdrage op zijn website in onderdeel 8 genoemd. Van der Wolf wijst op een leessleutel die haast wel vergeten lijkt: je laten leren door onze hoogste profeet en leraar, de Here Jezus Christus. Van der Wolf merkt op dat het hierbij belangrijk is dat de Here Jezus niet alleen spreekt uit de Vader en niet alleen doet als Zijn Vader, maar ook uit de Vader is. ‘Het mysterie rond de persoon van onze Here Jezus hangt samen met het mysterie rond het goddelijk gezag van Zijn evangelie. Het evangelie, hoe menselijk ook, is daarmee niet alleen menselijk meer.’ Van der Wolf noemt het een christologische benadering en werkt dat uit als het gaat om de eenheid van oude en nieuwe testament, de waarheid van het evangelie en het doel van het evangelie. Vervolgens brengt hij het christologische in verband met het trinitarische. Van der Wolf geeft aan in dit alles op zoek te zijn naar de contouren van een gereformeerde hermeneutiek.

 

En-script-ologie

Van de kant van de TU Kampen verscheen het boek Gereformeerde hermeneutiek vandaag; een boek onder redactie van A.L.Th. De Bruijne en H. Burger. Op meerdere plekken in het boek kan aansluiting worden geproefd bij de Engelse Tom Wright, bekend van zijn spreken over de Bijbel in vijf bedrijven. Van het vijfde bedrijf hebben we alleen het begin en enkele aanwijzingen voor het vervolg, maar compleet is het niet. Volgens hem vraagt God van ons dat we, al improviserend nu al het vijfde bedrijf gaan invullen, dit in aansluiting bij de vier bedrijven die wel af zijn. H. Burger introduceert in hoofdstuk 2 de opvallende term ‘Theodrama’. Op zijn website gaat ds. R. van der Wolf in op de Kamper studie en op de achterliggende gedachten achter de term ‘Theodrama’. Hij schreef een eerste deel van zijn reactie onder de titel: en-script-ologie. We menen dat ds. Van der Wolf deze dingen op betrekkelijk eenvoudige wijze weet uit te leggen en te beoordelen. Het gaat hier om belangrijke zaken: Is de Here duidelijk in Zijn woord en zijn wij daaraan gebonden? Hoe zit het met de invloed van de cultuur? En kunnen we spreken over de ‘rol’ van de christen(en) als het gaat om het verstaan van de Schrift?