In deze leeswijzer schetsen we steeds kort de betekenis of inhoud van een gedeelte uit literatuur die u op andere websites kunt vinden. We gebruiken dan steeds de link naar die internetsite. Verder plaatsen we teksten die ons ter beschikking zijn gesteld voor onze site. We kiezen – in grote lijnen – een chronologische volgorde: de meest recente stukken bovenaan.


Heilige Anna, ik zal monnik worden …

Ds. C. van Dijk gaat in Nader Bekeken van november 2018 in op de tendens onder christenen om zich een poosje terug te trekken in een klooster (al of niet in Taizé). Hij stelt de vraag waarom dat zo aantrekkelijk is. Van Dijk verklaart dit door een geestelijke verlegenheid die velen ervaren en aan een ervaren tekort aan geestelijke leiding (wegvallen huisbezoeken of het verworden van een huisbezoek tot gezelligheidsbezoek). Verder is er de behoefte aan rust, het zoeken van plekken van echte aandacht en concentratie op God. Er is een soort zoektocht, een honger naar puurheid van leven die ook aansluit bij maatschappelijke tendensen als mindfulness en consuminderen. Van Dijk plaatst er enkele kritische kanttekeningen bij: “Daarmee komen er ook elementen binnen die niet specifiek christelijk zijn. Mindfulness en andere elementen van niet meteen christelijke oorsprong. Dat is ook in de vormen terug te vinden. Het zitten op de grond in de Taizéviering heeft iets van het ‘aarden’: in contact komen met moeder aarde. En het herhaalde zingen van steeds dezelfde tekst zou in een boeddhistische context niet misstaan.” Van Dijk verklaart het ook uit de tendens van het zoeken naar nieuwe vormen van gemeenschap, zoals je ziet dat ook vanuit protestantse hoek leefgemeenschappen worden gevormd in protestantse kloosters. Van Dijk staat ook stil bij vormen van bijbellezen, zoals het vragen van aandacht voor de lectio divina, een vorm die door Jos Douma wordt onderwezen: “Een traag en intens lezen van bijbelwoorden, waarbij het de bedoeling en het verlangen is dat die woorden je op een dieper niveau dan alleen je verstand raken. De gedachte is dat door de woorden heen de stem van God klinkt.” Douma spreekt over groeien in liefde, niet in kennis. Van Dijk maakt daar kritische opmerkingen bij. “Kennen en liefhebben zijn in het bijbelse taaleigen zo ineengestrengeld als het alleen in de liefde kan. Zo is ook de profetische uitspraak te verklaren dat door gebrek aan kennis Gods volk te gronde gaat (Hosea 4: 6). Dit is het kennen van de liefde.”
Het artikel kunt u hier lezen op pagina 305-308.


Weg met genderstereotyperingen

Ds. P.L. Storm geeft in Nader Bekeken van september 2018 een aantal passages weer van een artikel dat ds. J. Belder schreef in De Waarheidsvriend van 9 augustus 2018. Daarin gaat Belder in op protesten tegen het functioneren van het klassieke onderscheid van man of vrouw. Belder schrijft dat bij het woord sekse lange tijd stond voor het geslacht waarvan werd verondersteld dat het vastlag. Gender daarentegen duidde de rol van vooral omgeving en cultuur aan. Die begrippen blijken te schuiven. Belangrijker: het staat hip en progressief om te kiezen voor een genderneutrale opvoeding, kleding en taal te strijden. Er zijn allerlei aanduidingen gekomen: LHBTIQ, wat staat voor Lesbo, Homo, Bi-, Trans- of Interseksueel terwijl de Q staat voor queer of guestioning (twijfelend). Recente toevoegingen zijn A en P: Aseksueel en Panseksueel (je valt op karakter en persoonlijkheid).

Belder legt hiervan het één en ander uit. Vervolgens gaat hij in op ‘herstelingrepen’, op de gebrokenheid die ervaren wordt en de moeiten waarmee vele transgenders worstelen. Hij wijst ook op de neiging om morele antwoorden te geven op basis van emotie waarbij het voorkomt dat goedgekeurd wordt wat God afkeurt. Hij besluit zijn artikel met er op te wijzen dat iemands identiteit niet samenvalt met of opgaat in je gender. Een mens is meer dan zijn seksualiteit of seksuele voorkeur of geaardheid of worsteling. “Mijn identiteit heeft allereerst te maken met de vraag of ik van Christus ben, Hem toebehoor, in Hem geworteld ben en uit Hem leef.” De weergave van Storm is te lezen op pagina 264-266.


Tweede kerkdienst: enkele opmerkingen

Ds. J.R. Visser schrijft op evangelie-voor-elke-dag.nl op 26 oktober 2016 een artikel dat met name ingaat op het belang van het trouw zijn in het bezoeken van de (tweede) kerkdienst. Hij gaat in op de bijzondere betekenis van de zondag. Hij onderbouwt vanuit de Bijbel dat de Here een dag wil die speciaal aan Zijn dienst is gewijd, juist door het samenkomen van de gemeente. Visser haalt een passage aan van ds. P. Niemeijer: “Juist in de tweemalige kerkgang komt de zondag tot zijn doel: rust, heiliging, samenkomst, verwachting en voorsmaak van de ‘eeuwige sabbat’. Juist de tweemalige kerkgang werkt eraan mee dat heel de dag van de Here in het teken staat van Zijn dienst. Juist de tweemalige kerkgang geeft aan heel de dag de diepgang die nodig is: niet maar vrij zijn en je storten in werelds amusement, maar op de HERE gericht zijn, Zijn stem horen, de rust en Zijn vergeving ontvangen, genieten van Zijn werken (Exodus 20: 11; Deuteronomium 5: 15; Lucas 23: 56b-24: 3; 1 Petrus 1: 3-5) en bezig zijn in Zijn dienst (Marcus 2: 23-28; Lucas 2: 49; 4: 16; 1 Korinthiërs 16: 2). Juist de tweemalige kerkgang voorkomt dat de zondag een ‘halve rustdag’ wordt en bewerkt dat hij echt het ritme van de werkweek onderbreekt en ons ‘onthaast’.
Wie de tweemalige kerkgang loslaat en volstaat met eenmalige kerkgang maakt het zichzelf erg moeilijk om het karakter van heel de zondag als dag van de Here te bewaren. De kerkgang wordt gemakkelijk een verplicht ritueel dat ’s morgens ‘even’ afgewerkt moet worden, en de rest van de dag komt gemakkelijk in het teken te staan van activiteiten of ontspanning los van de Here. En dan zijn we van ‘zeven dagen voor de HERE’ aanbeland bij ‘een halve dag voor een religieuze plichtpleging.’
Vissers artikel kunt u hier lezen.


Internet in het gezin

Ds. H.J. Boiten schreef in Nader Bekeken van maart 2015 een recensie van het boek Internet in het gezin, hoe ga je ermee om? Dit boek wordt op de kaft aangekondigd als een handreiking voor christenen in het digitale tijdperk. Het is geschreven door David Clark, deskundige op het gebied van internet en sociale media en uitgegeven door De Banier. Clark geeft aan het einde van zijn boek vijf waarschuwingen tegen de ergste gevaren van internet en vijf praktische adviezen voor een positief gebruik van internet. De bespreking van Boiten is onder meer waardevol omdat hij deze vijf waarschuwingen en deze vijf praktische adviezen van de auteur overneemt. Dit artikel is te lezen op pagina 89-91.


Hulp in echtscheidingszaken

Ds. P. Niemeijer schrijft in Nader Bekeken van maart 2015 over hulp in echtscheidingszaken en huwelijksconflicten. Voor het grootste deel benadert hij die hulp vanuit het (ambtelijk) pastoraat. Maar daarnaast gaat hij ook in op de functie van gemeenteleden en ook van hun inschakeling door de ambtsdragers. Niemeijer formuleert vijf overwegingen over de rol van ambtsdragers en kerkenraden, gesteund door artikelen uit de (nieuwe) kerkorde van de GKv. Het artikel staat op pagina 82-85.


Pornoverslaving

Ds. A.H. Verbree schrijft in Nader Bekeken van september 2014 over de verslavingsgevaren van porno. Hij wijst er op dat pornoverslaafden geneigd zijn hun kijkgedrag los te zien van hun liefde voor hun vrouw (compartimentering van het leven), hoe onwaar het ook is dat deze twee werelden gescheiden zouden kunnen zijn. Verbree wijst op de betekenis van schuld belijden en vergeving vragen. Hij dringt ook aan op het zoeken van hulp. Dat ziet hij voor de meeste verslaafden als de enige route om er los van te komen. Hij wijst op instanties en websites waar hulp gevonden kan worden, zoals Eleos, de cursus Setting Captives Free (met de Nederlandstalige versie ‘Puur leven’), het boek ‘Als mannen de verleiding weerstaan’ van Bill Perkins. Verbree eindigt zijn artikel als volgt: “Ik wens ieder van u een intimiteit zonder ruis, zuiver zoals ze ons vanuit het Hooglied tegen klinkt. Bent u nog verslaafd of bezig in die kuil te glijden, ontsnap dan aan de nepwereld van de boze herder en weet je welkom bij de Goede Herder.” Het artikel kunt u hier lezen op pagina 241-243.


Online leven – ondiep leven

Ds. P.L. Storm geeft in Nader Bekeken van september 2013 een groot deel weer van een artikel dat mw. E.J. van Dijk (directeur Evangelische Hogeschool) schreef in De Waarheidsvriend van 20 juni 2013 onder de titel ‘Leven in een digitaal tijdperk’. Van Dijk signaleert via het zoeken/verkrijgen van informatie online tot minder diepgaande kennis leidt. Online bezig zijn gaat vaak om het opzoeken van informatie. Van Dijk: “Iets opzoeken is echt iets heel anders dan zelf iets weten. Het gebruik van internet en het scrollen met de muis of het vegen over de iPad leert dat je informatie scant: heb ik hier iets aan, gaat dit ergens over – en zo niet, dan scroll of veeg je verder. Het zich eigen maken van kennis en het verbinden daarvan met al aanwezige wijsheid is iets heel anders dan het herkennen van informatie. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat op termijn de veelgebruikers van internet en de multitaskers hun creativiteit dreigen te verliezen, hun probleemoplossend vermogen, het talent om conceptueel te kunnen denken en zich diep te concentreren op een moeilijke tekst.” Van Dijk haalt Nicholas Carr aan. Carr stelt ergens dat hij geen dikke boeken meer kan lezen doordat internet zijn hersens aantast. “Door in toenemende mate online te lezen, kunnen we niet meer diep en grondig denken en verliezen we snel onze concentratie bij het lezen van dikke boeken.” Van Dijk koppelt hier ook een aansporing aan: “Zonder bewust gemaakte ruimte en geconcentreerde aandacht voor wat God zegt in zijn Woord zal onze grote tegenstander steeds meer successen boeken met drie belangrijke wapens: lawaai, haast en menigte.”
Het artikel staat hier op pagina 254-256.


Jeugdcultuur: een uitdaging voor de geloofsopvoeding

J.H. Bollemaat schrijft in Nader Bekeken van juli/augustus 2011 hoe de jeugdcultuur een uitdaging is voor geloofsopvoeding. Na een verkenning van de verschuiving van een pre-moderne en een moderne naar een postmoderne cultuur gaat hij in op de weg van jongeren naar volwassenwording. Vervolgens beschrijft hij aan welke kenmerken de jeugdcultuur onder andere te herkennen is, namelijk: a) een grote diversiteit, b) groepsconformisme, c) het feit dat ze actief zijn op maatschappelijke ontwikkelingen, d) experimenteren op veel fronten van het leven, e) extreme uitingen, f) het paradoxale of dialectische, g) internationalisatie en daardoor vermenging van culturen.  Bollemaat geeft bij elk van deze punten een karakterisering. Vervolgens gaat hij in op de relatie tussen jeugdcultuur en de kerk. Hij signaleert dat er een tendens is de creatieve geest van jongeren de ruimte te geven en daarom niet bij de Bijbel en de belijdenis te beginnen, maar bij de jongere zelf.  Bollemaat wijst deze richting af: “Het past in het moderne maakbaarheidsdenken en het hoort bij de individualisering van de samenleving, maar het staat haaks op het bijbels onderwijs. Bij de doopvont hebben de ouders zich verplicht dit kind te leren geloven. Daarbij geldt ook de begrenzing: de opvoeding kan het Woord van God, kan de rijkdom van de genade in Christus brengen tot aan het hart, maar er niet in …” Bollemaat gaat daarna in op de vraag hoe je jongeren wel moet begeleiden naar hun geestelijke volwassenheid. Het artikel valt te lezen op pagina 207-210.


Verontrustend functieverlies van de zondag

In een Persschouw in Nader Bekeken van mei 2007 haalt ds. P.L. Storm een artikel aan van P.J. Vergunst in de Waarheidsvriend van 1 maart 2007 over het proces waarin sluipenderwijs de tweede kerkdienst op zondag al slechter bezocht wordt. Vergunst maakt opmerkingen over de zondag als Gods dag: “God schenkt ons echter een ander ritme, waarbij we de eerste dag van de week niet zelf invullen maar met Zijn gemeente samenkomen. We komen als geroepen. Als het ons goed is nabij te wezen bij onze God, zal dat allereerst zijn waar hij spreekt, waar Hij hoort, waar Hij woont: in Zijn huis; op de lofzang van de gemeente.” Storm brengt de besteding van de zondag ook in verband met wat prof. J. Kamphuis schreef in het boekje ‘Godsvrucht een kracht’: “De band van de secularisatie wordt op zondag, dag van de bediening van het Woord en van het publieke gebed verbroken. Het is daarom een schokkende zaak te ontdekken, dat in veel vertogen over ‘Godsverduistering’ en het geseculariseerde leven, wél veel aandacht is voor de kerkverlating, maar niet voor de zondag en de kerkdienst. De strijd tegen de secularisatie wordt definitief beslist in de slag om de zondag, de eerste dag van de week. Hoe meer de zondag verwereldlijkt, hoe onheilspellender de toekomst wordt. Hoe onbekommerder en kinderlijker wij de zondag vieren, hoe zekerder we ons mogen weten en zullen weten als mensen die in Christus ‘de wereld overwonnen hebben’ (…) Daarom is zondagsviering maar niet ónze keus, maar een zaak van de godsvrucht.”
Hier te lezen op pagina 153-154.


Nogmaals 1 Korinthiërs 7

De agenda van de GS van de GKv Amersfoort Centrum 2005 kende als één van de onderwerpen het handelen van kerkenraden omtrent echtscheiding en (eventueel) hertrouwen. Dit werd voorbereid door een rapport van Deputaten Huwelijk en Echtscheiding (DHE). Ds. H. Pathuis en ds. P.L. Voorberg geven in Nader Bekeken van maart 2005 een beoordeling van dit rapport. Zij gaan met name in op de vraag of kerken de vrijheid hebben meer gronden voor het toestaan van echtscheiding te hanteren dan de twee bijbelse gronden van 1 Korinthiërs 7; onder meer toegespitst op de kwestie of kerken naar analogie van die bijbelse gronden mogen handelen. De beide auteurs motiveren waarom dat volgens hen niet het geval is. Ze lopen de argumenten van DHE één voor één langs. Vervolgens gaan zij in op de vraag hoe kerken kunnen handelen door te blijven bij die bijbelse gronden; wat dat bijvoorbeeld pastoraal vergt. Zij tonen daarbij oog te hebben voor de werkelijke problemen die zich voor (kunnen) doen rond huwelijksproblemen. Door hun betoog verweven ze een reactie op wat dr. A.L.Th. De Bruijne had geschreven over het standpunt zoals de auteurs dat elders eerder naar voren hadden gebracht. Het artikel kunt u lezen op pagina 73–78.